Art. 33 Verordening (EG) nr. 2038/1999
Verordening (EG) nr. 2038/1999
1. Vóór het einde van elk verkoopseizoen worden geconstateerd:
a) de verwachte hoeveelheden A- en B-suiker, A- en B-isoglucose en A- en B-inulinestroop die voor het lopende verkoopseizoen worden geproduceerd;
b) de hoeveelheden suiker, isoglucose en inulinestroop waarvan wordt verwacht dat zij in het lopende verkoopseizoen voor verbruik binnen de Gemeenschap zullen worden afgezet;
c) het uit te voeren overschot, berekend door de onder a) bedoelde hoeveelheden te verminderen met de onder b) bedoelde hoeveelheden;
d) het verwachte gemiddelde verlies of de verwachte gemiddelde opbrengst per ton suiker voor de voor het lopende verkoopseizoen na te komen uitvoerverbintenissen.
Dit gemiddelde verlies of deze gemiddelde opbrengst is gelijk aan het verschil tussen het totale bedrag van de restituties en het totale bedrag van de heffingen, gerelateerd aan de totale omvang van de betrokken uitvoerverbintenissen;
e) het verwachte totale verlies of de verwachte totale opbrengst, berekend door vermenigvuldiging van het onder c) bedoelde overschot met het onder d) bedoelde gemiddelde verlies of de onder d) bedoelde gemiddelde opbrengst.
2. Vóór het einde van het verkoopseizoen 2000/2001 en onverminderd het bepaalde in artikel 26, lid 5, worden cumulatief voor de verkoopseizoenen 1995/1996 tot en met 2000/2001 geconstateerd:
a) het uit te voeren overschot, uitgaande van de uiteindelijke productie van A- en B-suiker, A- en B-isoglucose en, vanaf het verkoopseizoen 1994/1995, A- en B-inulinestroop, enerzijds, en van de uiteindelijke voor verbruik binnen de Gemeenschap afgezette hoeveelheid suiker, isoglucose en, vanaf het verkoopseizoen 1994/1995, inulinestroop, anderzijds;
b) het gemiddelde verlies of de gemiddelde opbrengst per ton suiker, resulterend uit het totaal van de betrokken uitvoerverbintenissen en vastgesteld overeenkomstig de in lid 1, onder d), tweede alinea, aangegeven berekeningsmethode;
c) het totale verlies of de totale opbrengst, berekend door vermenigvuldiging van het onder a) bedoelde overschot met het onder b) bedoelde gemiddelde verlies of de onder b) bedoelde gemiddelde opbrengst;
d) de totale som van de geïnde basisproductieheffingen en B-heffingen.
Het verwachte totale verlies of de verwachte totale opbrengst als bedoeld in lid 1, onder e), wordt aangepast aan de hand van het verschil tussen de cijfers die zijn geconstateerd als bedoeld onder c) en d).
3. Wanneer de overeenkomstig lid 1 geconstateerde cijfers na aanpassing overeenkomstig lid 2 en onverminderd het bepaalde in artikel 36, lid 1, wijzen op een te verwachten totaal verlies, wordt dit verlies gedeeld door de verwachte hoeveelheid A- en B-suiker, A- en B-isoglucose en A- en B-inulinestroop die voor het lopende verkoopseizoen is geproduceerd. Het hieruit resulterende bedrag moet bij de fabrikanten worden geïnd als basisproductieheffing op hun productie van A- en B-suiker, A- en B-isoglucose en A- en B-inulinestroop.
Deze heffing mag evenwel niet hoger zijn dan:
- voor de betrokken suiker, een bedrag dat gelijk is aan 2 % van de interventieprijs voor witte suiker,
- voor de betrokken inulinestroop, uitgedrukt in suiker/isoglucose-equivalent door toepassing van de coefficiënt 1,9, een bedrag dat gelijk is aan dat voor witte suiker,
- voor de betrokken isoglucose, het voor rekening van de suikerfabrikanten blijvende deel van de basisproductieheffing.
4. Wanneer als gevolg van de limitering van de basisproductieheffing het in lid 3, eerste alinea, bedoelde totale verlies niet volledig kan worden gedekt, wordt het saldo gedeeld door de verwachte hoeveelheid B-suiker, B-isoglucose en B-inulinestroop die voor het betrokken verkoopseizoen wordt geproduceerd. Het hieruit resulterende bedrag moet bij de fabrikanten worden geïnd als B-heffing op hun productie van B-suiker, B-isoglucose en B-inulinestroop.
Onder voorbehoud van het bepaalde in lid 5 mag deze heffing evenwel niet hoger zijn dan:
- voor B-suiker, een bedrag dat gelijk is aan 30 % van de interventieprijs voor witte suiker,
- voor B-inulinestroop, uitgedrukt in suiker/isoglucose-equivalent door toepassing van de coëfficiënt 1,9, een bedrag dat gelijk is aan dat voor witte B-suiker,
- voor B-isoglucose, het voor rekening van de suikerfabrikanten blijvende deel van de B-heffing.
5. Wanneer, op grond van de in lid 1 bedoelde vaststellingen, blijkt dat, als gevolg van de limitering van de basisproductieheffing en van de B-heffing vastgesteld in de leden 3 en 4, het gevaar bestaat dat het te verwachten totale verlies voor het lopende verkoopseizoen niet wordt gedekt door de verwachte opbrengst uit deze heffingen, wordt het in lid 4, eerste streepje, bedoelde maximumpercentage zo herzien dat dit totale verlies kan worden gedekt, met dien verstande evenwel dat de heffing niet hoger mag zijn dan 37,5 %.
Het herziene maximumpercentage van de B-heffing wordt voor het lopende verkoopseizoen vóór 15 september van dat verkoopseizoen vastgesteld. Tegelijk wordt het in artikel 5, lid 2, tweede alinea, bedoelde percentage dienovereenkomstig gewijzigd.
6. De Raad kan, op voorstel van de Commissie, met gekwalificeerde meerderheid besluiten dat de verliezen die voortvloeien uit de eventuele toekenning van de in artikel 9, lid 3, bedoelde productierestituties geheel of gedeeltelijk in aanmerking worden genomen bij de vaststelling van het in lid 1, onder e), van het onderhavige artikel bedoelde totale verlies.
7. De in dit artikel bedoelde heffingen worden door de lidstaten geïnd.
8. De uitvoeringsbepalingen van dit artikel en met name:
- de bedragen van de te innen heffingen,
- de herziening van het maximumpercentage van de B-heffing,
- de wijziging van de minimumprijs voor B-suikerbieten die samenhangt met de herziening van het maximumpercentage van de B-heffing,
worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 48.