Art. 36 Verordening (EG) nr. 2038/1999
Verordening (EG) nr. 2038/1999
1. Wanneer, na toepassing van artikel 33 en artikel 34 op het verkoopseizoen 1994/1995, wordt geconstateerd dat het werkelijke totale verlies voor dat verkoopseizoen:
a) niet geheel wordt gedekt door de opbrengst van de productieheffing en, in voorkomend geval, de aanvullende heffing, worden de hieruit voortvloeiende financiële lasten opgeteld bij het verwachte totale verlies, bedoeld in artikel 33, lid 1, onder e), voor het verkoopseizoen waarin die constatering plaatsvindt;
b) lager is dan de opbrengst van de productieheffing en, in voorkomend geval, de aanvullende heffing, wordt een met het betrokken verschil overeenkomend bedrag afgetrokken van het verwachte totale verlies of, naar gelang van het geval, opgeteld bij de verwachte ontvangsten uit de toepassing van artikel 33 en artikel 34 op het verkoopseizoen waarin die constatering plaatsvindt.
2. Wanneer de opbrengst van de basisproductieheffing minder bedraagt dan het maximumbedrag, bedoeld in artikel 33, lid 3, of wanneer de opbrengst van de B-heffing minder bedraagt dan het maximumbedrag, bedoeld in lid 4 van dat artikel, in voorkomend geval herzien volgens lid 5 van dat artikel, zijn de suikerfabrikanten verplicht de suikerbietenverkopers het verschil uit te keren tussen het maximumbedrag van de desbetreffende heffing en het bedrag van de te innen heffing, ten belope van 60 % van dit verschil.
Het per ton suikerbieten te betalen bedrag wordt vastgesteld voor de standaardkwaliteit.
De in artikel 6 bedoelde toeslagen en kortingen zijn op dit bedrag van toepassing.
3. Voor een hoeveelheid suiker waarvoor de desbetreffende heffing wordt geïnd, kunnen de suikerfabrikanten in de Gemeenschap van de verkopers van in de Gemeenschap geproduceerd suikerriet terugbetaling van deze heffing eisen, ten belope van 60 % van deze heffing.
4. De lidstaten gaan aan de hand van de door de suikerfabrikanten verstrekte gegevens na, of de betaling van de suikerbieten geschiedt in overeenstemming met de communautaire voorschriften terzake.
5. De uitvoeringsbepalingen van dit artikel worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 48.