Art. 37 Verordening (EG) nr. 2038/1999
Verordening (EG) nr. 2038/1999
1. In de contracten voor de levering van suikerbieten bestemd voor de suikerproductie wordt onderscheid gemaakt tussen de suikerbieten naargelang de daaruit vervaardigde suiker:
a) A-suiker zal zijn;
b) B-suiker zal zijn;
c) andere suiker dan A- of B-suiker zal zijn.
Voor elke onderneming stellen de suikerfabrikanten de lidstaat waarin de betrokken onderneming suiker produceert, in kennis van:
- de onder a) bedoelde hoeveelheden suikerbieten waarvoor zij vóór de uitzaai contracten hebben gesloten, alsmede het in het contract als grondslag genomen suikergehalte,
- het hiermee overeenkomende voorziene rendement.
De lidstaten kunnen aanvullende gegevens verlangen.
2. In afwijking van artikel 6, lid 2, onder b), en van artikel 39, is elke suikerfabrikant die niet vóór de uitzaai contracten voor de levering van een met het A-quotum overeenstemmende hoeveelheid suikerbieten heeft afgesloten tegen de voor A-suikerbieten geldende minimumprijs, verplicht voor elke hoeveelheid suikerbieten die in de betrokken onderneming tot suiker wordt verwerkt, ten minste de genoemde minimumprijs te betalen.
3. In een overeenkomst van het betrokken bedrijfsleven kan met de instemming van de betrokken lidstaat van het bepaalde in de leden 1 en 2 worden afgeweken.
4. Op voorstel van de Commissie stelt de Raad met gekwalificeerde meerderheid van stemmen de algemene voorschriften voor de toepassing van dit artikel vast.
5. De uitvoeringsbepalingen van dit artikel en in voorkomend geval de criteria waaraan de fabrikanten zich moeten houden bij de verdeling tussen de suikerbietenverkopers van de hoeveelheden suikerbieten waarvoor zij vóór de uitzaai contracten sluiten in de zin van lid 1, worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 48.