Art. 34 Verordening (EG) nr. 2038/1999
Verordening (EG) nr. 2038/1999
1. Wanneer voor een verkoopseizoen het krachtens artikel 33, leden 1 en 2, geconstateerde totale verlies niet volledig wordt gedekt door de ontvangsten uit de productieheffingen voor dat verkoopseizoen na toepassing van artikel 33, leden 3, 4 en 5, wordt, onverminderd artikel 5, bij de fabrikanten een aanvullende heffing geïnd die het gedeelte van het totale verlies dat niet wordt gedekt door bovengenoemde ontvangsten volledig dekt.
2. De aanvullende heffing wordt voor iedere suiker producerende onderneming, iedere isoglucose producerende onderneming en iedere inulinestroop producerende onder-, neming berekend door een nader te bepalen coëfficiënt toe te passen op het totale bedrag dat de onderneming aan productieheffingen verschuldigd is voor het betrokken verkoopseizoen. Deze coëfficiënt komt overeen met de verhouding voor de Gemeenschap tussen het overeenkomstig artikel 33, leden 1 en 2, geconstateerde totale verlies voor het betrokken verkoopseizoen en de ontvangsten uit de door de suikerfabrikanten, de isoglucosefabrikanten en de inulinestroopfabrikanten voor dat verkoopseizoen verschuldigde basisproductieheffingen en B-heffingen, met dien verstande dat dit verhoudingscijfer wordt verminderd met 1.
3. De aanvullende heffing wordt door de betrokken fabrikanten betaald vóór de 15e december die volgt op het verkoopseizoen waarvoor deze heffing verschuldigd is.
De suikerfabrikanten kunnen eisen dat de verkopers van de in de Gemeenschap geproduceerde suikerbieten of van het in de Gemeenschap geproduceerde suikerriet een gedeelte van de geïnde aanvullende heffing terugbetalen. Deze terugbetaling mag ten hoogste gelijk zijn aan het maximumbedrag van de bijdrage van de verkopers van suikerbieten of suikerriet in de in artikel 33 bedoelde betaling van de basisproductieheffing en de B-heffing voor het betrokken verkoopseizoen, na toepassing op dat bedrag van de in lid 2 van dit artikel bedoelde coëfficiënt.
De in de tweede alinea bedoelde terugbetaling vindt plaats voor de uit hoofde van het betrokken verkoopseizoen geleverde suikerbieten. De betrokken partijen kunnen evenwel overeenkomen dat deze terugbetaling plaatsvindt voor de uit hoofde van het volgende verkoopseizoen geleverde suikerbieten.
4. Bij de in artikel 33, lid 2, bedoelde vaststellingen wordt rekening gehouden met de ontvangsten uit de inning van de in lid 1 van dit artikel genoemde aanvullende heffing.
5. De uitvoeringsbepalingen van dit artikel en met name de in lid 2 van dit artikel bedoelde coëfficiënt worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 48.