Art. 28 Verordening (EG) nr. 2038/1999
Verordening (EG) nr. 2038/1999
1. Onverminderd artikel 27, lid 3, wordt voor Duitsland een extra gebied gevormd om de quotaregeling toe te passen op de suiker producerende ondernemingen in dat gebied, die vóor 1 juli 1990 suiker produceerden en na die datum suiker blijven produceren.
Dit gebied komt voor de toepassing van deze verordening overeen met het grondgebied van de voormalige Duitse Democratische Republiek
2. Voor de toekenning van de A- en B-quota aan de in lid 1 bedoelde ondernemingen worden de volgende basishoeveelheden vastgesteld:
a) basishoeveelheid A: 647703 ton witte suiker,
b) basishoeveelheid B: 199297 ton witte suiker.
3. Het A-quotum van elke in lid 1 bedoelde suiker producerende onderneming wordt vastgesteld door op de gemiddelde jaarlijkse suikerproductie van de betrokken suiker producerende onderneming in de verkoopseizoenen 1984/1985 tot en met 1988/1989, hierna "referentieproductie" genoemd, een coëfficiënt toe te passen die de verhouding weergeeft tussen enerzijds de in lid 2 vastgestelde basishoeveelheid A en anderzijds de som van de referentieproducties van de ondernemingen die in het in lid 1 omschreven gebied zijn gevestigd.
4. Het B-quotum van elke in lid 1 bedoelde suiker producerende onderneming bedraagt 30,77 % van het overeenkomstig lid 3 voor die onderneming bepaalde A-quotum.
5. Artikel 30 is slechts van toepassing op de overdrachten tussen de in lid 1 bedoelde suiker producerende ondernemingen.
6. De uitvoeringsbepalingen van dit artikel worden zo nodig vastgesteld volgens de procedure van artikel 48.