Art. 30 Verordening (EG) nr. 2038/1999
Verordening (EG) nr. 2038/1999
1. De lidstaten kunnen onder de voorwaarden neergelegd in dit artikel overdrachten van A-quota en B-quota tussen ondernemingen verrichten, waarbij het belang van elk van de betrokken partijen en met name dat van de producenten van suikerbieten of suikerriet in aanmerking wordt genomen.
2. De lidstaten kunnen het A-quotum en het B-quotum van elke op hun grundgebied gevestigde suiker of isoglucose producerende onderneming verminderen met een hoeveelheid die voor de in artikel 26, lid 1, bedoelde periode in totaal niet groter is dan 10 % van respectievelijk het A-quotum of het B-quotum dat voor elk dezer ondernemingen is bepaald overeenkomstig artikel 27.
De in de eerste alinea bedoelde grens van 10 % is niet van toepassing in Italië, Spanje en de Franse overzeese departementen wanneer de quotaoverdrachten geschieden op basis van plannen ter herstructurering van de suikerbiet- of suikerrietsector en van de suikersector van het betrokken gebied, voorzover zulks noodzakelijk is om de uitvoering van deze plannen mogelijk te maken. Voor de quotaoverdrachten in Spanje in het kader van deze herstructureringsplannen, geldt artikel 9 van Verordening (EEG) nr. 193/82(13).
De herstructureringsplannen en de dienovereenkomstige maatregelen betreffende de A- en B-quota worden onverwijld aan de Commissie medegedeeld.
3. De lidstaten kennen de afgetrokken hoeveelheden van A-quota of B-quota toe aan één of meer andere ondernemingen, al dan niet voorzien van een quotum, die in hetzelfde gebied in de zin van artikel 27, lid 3, zijn gevestigd als de ondernemingen waarvan deze hoeveelheden werden afgetrokken.
Frankrijk kan echter de overeenkomstig artikel 27 vastgestelde A-quota van de in zijn overzeese departementen gevestigde ondernemingen verminderen met een totale hoeveelheid van niet meer dan 30000 ton witte suiker, en de aldus afgetrokken hoeveelheden toekennen aan één of meer andere in het moederland gevestigde ondernemingen. Het A-quotum van iedere betrokken onderneming mag na aftrek niet lager zijn dan de gemiddelde suikerproductie binnen haar basisquotum, die voor deze onderneming is waargenomen tijdens de verkoopseizoenen voor suiker 1977/1978 tot en met 1979/1980 in de zin van Verordening (EEG) nr. 3330/74.(14)
4. Op voorstel van de Commissie stelt de Raad met gekwalificeerde meerderheid van stemmen de algemene voorschriften vast betreffende de wijziging van de quota in geval van met name fusie en vervreemding van ondernemingen.
5. De uitvoeringsbepalingen van dit artikel worden voorzover nodig vastgesteld volgens de procedure van artikel 48.