Art. 26 Verordening (EG) nr. 2038/1999
Verordening (EG) nr. 2038/1999
1. De artikelen 27 tot en met 39 zijn van toepassing voor de verkoopseizoenen 1995/1996 tot en met 2000/2001.
2. Voor de in lid 1 bedoelde periode en onverminderd het bepaalde in lid 5, artikel 27, lid 3, artikel 30, en, naar gelang van het geval, artikel 28, lid 5, zijn het A-quotum en het B-quotum van de suiker producerende en de isoglucose producerende ondernemingen gelijk aan de quota die door de lidstaten voor het verkoopseizoen 1994/1995 zijn toegewezen.
3. Voor de in lid 1 bedoelde periode zijn de basishoeveelheden voor de productie van A- en B-suiker en van A- en B-isoglucose die als grondslag dienen voor de toewijzing van de quota, gelijk aan de in artikel 27, lid 3, respectievelijk artikel 28, lid 2, vastgestelde hoeveelheden.
4. Voor de in lid 1 bedoelde periode en onverminderd het bepaalde in lid 5, zijn het A- en het B-quotum van de inulinestroop producerende ondernemingen gelijk aan de quota die door de lidstaten definitief zijn toegewezen voor het verkoopseizoen 1994/1995 overeenkomstig artikel 29. De artikelen 27 en 30 zijn op deze ondernemingen niet van toepassing.
5. Om de verbintenissen na te komen die de Gemeenschap heeft aangegaan in het kader van de overeenkomstig artikel 300, lid 2, van het Verdrag gesloten Overeenkomst inzake de landbouw, kunnen de afzetgaranties voor binnen de quota geproduceerde suiker, isoglucose en inulinestroop voor één of meer verkoopseizoenen worden verlaagd.
Voor de toepassing van de eerste alinea, wordt vóór 1 oktober voor elk verkoopseizoen de in het kader van de quota gegarandeerde hoeveelheid vastgesteld aan de hand van een raming inzake productie, invoer, verbruik, opslag, overdrachten, uit te voeren overschot en inzake het in artikel 33, lid 1, onder d), bedoelde verwachte gemiddelde verlies dat door de zelffinancieringsregeling moet worden gedekt. Wanneer het voor het betrokken verkoopseizoen uit te voeren overschot blijkens de raming groter is dan de in de overeenkomst bepaalde maximumhoeveelheid, wordt de gegarandeerde hoeveelheid met het verschil verlaagd volgens de procedure van artikel 48. Dit verschil wordt over suiker, isoglucose en inulinestroop verdeeld naar gelang van het procentuele aandeel van het totaal van de A- en B-quota van elk product in de Gemeenschap. Daarna wordt een tweede verdeling per lidstaat en per product gemaakt door toepassing van de in de volgende tabel vastgestelde overeenkomstige verdelingscoëfficiënt:
>RUIMTE VOOR DE TABEL>
De lidstaat verdeelt vervolgens zijn deel van het verschil over de op zijn grondgebied gevestigde ondernemingen, op basis van de verhouding tussen hun A-quotum en hun B-quotum voor het betrokken product en de basishoeveelheid-A en de basishoeveelheid-B van die lidstaat of, naar gelang van het geval, het totaal van de A-quota en het totaal van de B-quota die voor dat product aan die ondernemingen zijn toegewezen.
Boven de gegarandeerde hoeveelheid geproduceerde suiker, isoglucose en inulinestroop wordt aangemerkt als C-suiker, C-isoglucose of C-inulinestroop.
De uitvoeringsbepalingen van de eerste alinea, alsmede de verlaging van de gegarandeerde hoeveelheid en, in voorkomend geval, de herziening daarvan voor de vaststelling van de gegarandeerde hoeveelheid van het volgende verkoopseizoen, worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 48.
6. De Raad stelt vóór 1 januari 2001, volgens de procedure van artikel 37, lid 2, van het Verdrag, de regeling vast die vanaf 1 juli 2001 geldt voor de productie van suiker, van isoglucose en van inulinestroop.