Art. 24 Verordening (EG) nr. 2038/1999
Verordening (EG) nr. 2038/1999
1. Wanneer de prijs voor suiker op de wereldmarkt de interventieprijs overschrijdt, kan tot de toepassing van een heffing bij uitvoer van de betrokken suiker worden besloten. De toepassing van de heffing is verplicht wanneer de cif-prijs voor witte suiker of voor ruwe suiker hoger is dan de interventieprijs, vermeerderd met een bedrag dat gelijk is aan de som van 10 % van de interventieprijs en de bijdrage in de opslagkosten die tijdens het betreffende verkoopseizoen van toepassing is.
De uitvoerheffing kan bij openbare inschrijving worden vastgesteld. Behalve in geval van openbare inschrijving is de te innen heffing die welke geldt op de dag van uitvoer.
2. Wanneer de cif-prijs voor witte suiker of voor ruwe suiker hoger is dan de interventieprijs vermeerderd met een bedrag dat gelijk is aan de som van 10 % van de interventieprijs en de bijdrage in de opslagkosten die tijdens het betreffende verkoopseizoen van toepassing is, kan de Raad, op voorstel van de Commissie, volgens de stemprocedure van artikel 37, lid 2, van het Verdrag besluiten bij de invoer van het betreffende product een subsidie toe te kennen.
Wanneer wordt geconstateerd dat:
a) de voorziening van de Gemeenschap,
of
b) de voorziening van een belangrijk consumptiegebied van de Gemeenschap
op basis van de beschikbare communautaire hoeveelheden niet meer verzekerd is, beslist de Raad, op voorstel van de Commissie, volgens de stemprocedure van artikel 37, lid 2, van het Verdrag, over de toekenning en de toepassingsvoorwaarden van deze invoersubsidie. Deze voorwaarden hebben inzonderheid betrekking op de hoeveelheid witte, of ruwe suiker waarvoor de subsidie geldt, op de periode gedurende welke zij geldt, en, in voorkomend geval, op de invoergebieden.
3. Volgens de procedure van artikel 48 worden vastgesteld:
a) de in de leden 1 en 2 bedoelde cif-prijzen;
b) de overige uitvoeringsbepalingen van dit artikel.
Voor de in artikel 1, lid 1, onder b), c), d), f), g) en h), bedoelde producten kunnen volgens de procedure van artikel 48 bepalingen worden vastgesteld die overeenkomen met die van de leden 1 en 2.
4. De uit de toepassing van dit artikel voortvloeiende bedragen worden vastgesteld door de Commissie. De bij inschrijving vastgestelde heffingen bij uitvoer evenwel worden bepaald volgens de procedure van artikel 48.