Art. 8 Richtlijn 1999/35/EG, Geregelde specifieke onderzoeken en andere onderzoeken

Richtlijn 1999/35/EG

1. De staten van ontvangst verrichten eens in de twaalf maanden:

- een specifiek onderzoek overeenkomstig bijlage III, en

- een onderzoek tijdens een geregelde dienst, waarbij ernaar gestreefd wordt dat voldoende van de in de bijlagen I, III en IV genoemde punten aan de orde komen op grond waarvan de staat van ontvangst kan vaststellen of de veerboot of het vaartuig nog steeds voldoet aan alle vereisten voor een veilige exploitatie.

Een eerste specifiek onderzoek overeenkomstig artikel 6 telt als een specifiek onderzoek als bedoeld in het onderhavige artikel.

2. Een staat van ontvangst verricht telkens een specifiek onderzoek overeenkomstig bijlage III, wanneer de ro-ro-veerboot of het hogesnelheidspassagiersvaartuig ingrijpende reparaties, verbouwingen of aanpassingen ondergaat, of wanneer er een verandering van beheer of vlag dan wel een overgang naar een andere klasse plaatsvindt. De staat van ontvangst kan in geval van verandering van beheer of vlag dan wel overgang naar een andere klasse de veerboot of het vaartuig evenwel vrijstellen van het in dit lid voorgeschreven specifieke onderzoek na kennis te hebben genomen van eerdere controles en onderzoeken aangaande het schip, mits die verandering of overgang niet van invloed is op de veilige exploitatie van de veerboot of het vaartuig.

3. Wanneer bij de in lid 1 bedoelde onderzoeken, gelet op de vereisten van deze richtlijn, tekortkomingen bevestigd worden of aan de dag treden die het beletten van de inzet rechtvaardigen, worden alle kosten in verband met de onderzoeken in een normaal boekjaar door de rederij gedragen.

Vorige artikelen

Volgende artikelen