Art. 7 Richtlijn 1999/35/EG, Bijzondere bepalingen
1. Wanneer een ro-ro-veerboot of hogesnelheidspassagiersvaartuig wordt ingezet op een andere geregelde dienst, houdt een nieuwe staat van ontvangst zoveel mogelijk rekening met de controles en onderzoeken die eerder voor die veerboot of dat vaartuig zijn verricht voor het onderhouden van een voorgaande, onder deze richtlijn vallende geregelde dienst. Als de nieuwe staat van ontvangst genoegen neemt met die eerdere controles en onderzoeken en van mening is dat zij toegesneden zijn op de nieuwe exploitatieomstandigheden, behoeven de artikelen 4, 5 en 6 niet te worden toegepast alvorens de ro-ro-veerboot of het hogesnelheidspassagiersvaartuig op de nieuwe geregelde dienst wordt ingezet.
2. De artikelen 4, 5 en 6 behoeven niet van toepassing te zijn wanneer een ro-ro-veerboot of hogesnelheidspassagiersvaartuig die/dat aan deze richtlijn voldoet en reeds een onder deze richtlijn vallende geregelde dienst onderhoudt, wordt ingezet op een andere geregelde dienst, waarvan de routekenmerken naar het oordeel van de betrokken staten van ontvangst gelijksoortig zijn, en de staten van ontvangst alle van mening zijn dat de ro-ro-veerboot of het hogesnelheidspassagiersvaartuig voldoet aan alle voorschriften voor het veilig onderhouden van die dienst.
Op verzoek van een rederij kunnen de betrokken staten van ontvangst bij voorbaat hun instemming bevestigen ten aanzien van waar de routekenmerken gelijksoortig zijn.
3. Indien door onvoorziene omstandigheden snel een vervangende ro-ro-veerboot of een vervangend hogesnelheidspassagiersvaartuig moet worden ingezet om de continuïteit van de dienst te waarborgen en de leden 1 en 2 niet van toepassing zijn, kan de staat van ontvangst toestemming geven voor de inzet van die veerboot/dat vaartuig, mits:
a) bij de visuele inspectie en documentencontrole geen vermoeden rijst dat de ro-ro-veerboot of het hogesnelheidspassagiersvaartuig niet voldoet aan de vereisten voor een veilige exploitatie, en
b) de staat van ontvangst, de controles en onderzoeken krachtens de artikelen 4, 5 en 6 binnen een maand voltooit.