Art. 13 Richtlijn 1999/35/EG, Begeleidende maatregelen

Richtlijn 1999/35/EG

1. Lidstaten die een certificaat van vrijstelling afgeven of erkennen, werken samen met de betrokken staat van ontvangst of de administratie van de vlagstaat om eventuele meningsverschillen over de juistheid van de vrijstellingen op te lossen voordat het eerste specifiek onderzoek plaatsvindt.

2. De lidstaten zouden walsystemen voor navigatieondersteuning en andere informatiesystemen overeenkomstig IMO-resolutie A.795(19) moeten toepassen om ro-ro-veerboten en hogesnelheidspassagiersvaartuigen bij te staan bij de veilige uitvoering van de geregelde dienst, of een gedeelte daarvan waarvoor zij verantwoordelijkheid dragen.

3. Iedere lidstaat verstrekt de Commissie afschriften van de in artikel 11, lid 6, bedoelde onderzoekrapporten, indien van toepassing met het IMO-identificatienummer. De Commissie kan volgens de procedure van artikel 16 een besluit nemen over passende middelen om een identificatienummer aan andere schepen toe te kennen. Indien twee of meer staten van ontvangst bij de geregelde dienst betrokken zijn, kunnen de gegevens door een van hen worden verstrekt. De Commissie vormt en onderhoudt een gegevensbank met de verstrekte informatie. De voorwaarden voor toegang tot de gegevensbank worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 16.

4. De lidstaten zorgen ervoor dat de rederijen die met ro-ro-veerboten of hogesnelheidspassagiersvaartuigen geregelde diensten van of naar hun havens onderhouden, geïntegreerde planningssystemen voor noodsituaties aan boord van schepen kunnen hanteren en toepassen. Daarvoor maken zij gebruik van het kader dat gegeven is in IMO-resolutie A.852(20) betreffende richtsnoeren voor de structuur van geïntegreerde noodplanningssystemen. Als twee of meer lidstaten als staten van ontvangst bij de geregelde dienst betrokken zijn, stellen zij gezamenlijk een plan op voor de verschillende trajecten.

5. De lidstaten zorgen ervoor dat zij als staten van ontvangst volledig met de administratie van de vlagstaat samenwerken, alvorens de exploitatievergunning voor hogesnelheidspassagiersvaartuigen wordt afgegeven, overeenkomstig de bepalingen van punt 1.9.3 van de High Speed Craft Code. Zij zorgen ervoor dat de beperkingen in verband met plaatselijke omstandigheden die nodig zijn voor de bescherming van leven, natuurlijke rijkdommen en kustactiviteiten worden vastgesteld of gehandhaafd en zij zien erop toe dat die beperkingen worden nageleefd.

Vorige artikelen

Volgende artikelen