Art. 10 Richtlijn 1999/35/EG, Beletten van de inzet

Richtlijn 1999/35/EG

1. Een staat van ontvangst belet de inzet van een ro-ro-veerboot of hogesnelheidspassagiersvaartuig op een geregelde dienst:

a) wanneer hij er zich niet van heeft kunnen vergewissen dat aan de voorschriften van de artikelen 4 en 5 wordt voldaan;

b) wanneer tijdens de in de artikelen 6 en 8 bedoelde onderzoeken tekortkomingen worden geconstateerd die een direct gevaar inhouden voor de veerboot of het vaartuig, of het leven van de bemanning en de passagiers;

c) indien is vastgesteld dat niet is voldaan aan de in bijlage II genoemde Gemeenschapsinstrumenten en daardoor een direct gevaar bestaat voor de veerboot of het vaartuig, of het leven van de bemanning en de passagiers;

d) wanneer hij niet geraadpleegd is door de vlagstaat over de in artikel 13, lid 1, of lid 5, bedoelde aangelegenheden,

tot de staat van ontvangst heeft vastgesteld dat het gevaar is weggenomen en aan de voorschriften van de richtlijn is voldaan.

De staat van ontvangst deelt de rederij onder volledige opgave van redenen schriftelijk mee dat hij besloten heeft de inzet van die ro-ro-veerboot of dat hogesnelheidspassagiersvaartuig te beletten.

2. Indien de ro-ro-veerboot of het hogesnelheidspassagiersvaartuig echter reeds een geregelde dienst onderhoudt en tekortkomingen worden geconstateerd, verlangen de staten van ontvangst van de rederij dat zij de nodige maatregelen treft om die gebreken terstond dan wel, indien zij geen direct gevaar vormen voor de veiligheid van de veerboot of het vaartuig, de bemanning ervan en de passagiers, binnen een nauwkeurig bepaalde, redelijke periode te herstellen. Na herstel van de tekortkomingen controleren de betrokken staten van ontvangst of het herstel tot hun genoegen is verricht. Indien dat niet het geval is, beletten zij de inzet van de veerboot of het vaartuig.

3. De lidstaten creëren en handhaven overeenkomstig hun nationale recht passende procedures inzake het recht van beroep van een rederij die door een besluit tot het beletten van de inzet getroffen wordt. Beroepen worden snel behandeld. Beroep houdt geen automatische schorsing van het besluit in.

De bevoegde autoriteit stelt de rederij naar behoren in kennis van haar recht op beroep.

4. Indien de artikelen 4, 5 en 6 vóór de aanvang van de inzet van een ro-ro-veerboot of een hogesnelheidspassagiersvaartuig op een geregelde dienst worden toegepast, moet een besluit de inzet van het schip te beletten, genomen worden binnen een maand na het eerste specifiek onderzoek en onmiddellijk aan de rederij worden meegedeeld.

Artikelen die hiernaar verwijzen

Vorige artikelen

Volgende artikelen