Art. 11 Richtlijn 1999/35/EG, Procedures voor eerste en geregelde specifieke onderzoeken
1. Ro-ro-veerboten en hogesnelheidspassagiersvaartuigen die naar genoegen van de betrokken staat/staten van ontvangst de specifieke onderzoeken hebben ondergaan, worden door die staten van ontvangst vrijgesteld van uitgebreide inspecties als bedoeld in artikel 7, lid 4, van Richtlijn 95/21/EG en van de uitgebreide inspecties waarvoor de gegronde reden is dat zij behoren tot de omschreven in artikel 7, lid 1, en bijlage V, punt 3, van die richtlijn genoemde categorie passagiersschepen.
2. Administraties van twee of meer staten van ontvangst die bij een specifiek onderzoek van hetzelfde schip of vaartuig betrokken zijn, werken samen. De specifieke onderzoeken worden verricht door een team van gekwalificeerde inspecteurs van de betrokken staat c.q. staten van ontvangst. Indien een kwalitatieve beoordeling van de inachtneming van specifiek voor een bepaalde klasse geldende bepalingen nodig is, zorgen de staten van ontvangst ervoor dat de nodige vakkennis in het team beschikbaar is, zo nodig door daarin een medewerker van een erkende organisatie op te nemen. De inspecteurs rapporteren gebreken aan de administraties van de staten van ontvangst. De staat van ontvangst deelt deze gegevens mede aan de vlagstaat, indien die niet dezelfde is als de staat van ontvangst die bij het onderzoek betrokken is.
3. Een betrokken staat van ontvangst kan er op verzoek van een andere betrokken staat van ontvangst mee instemmen een onderzoek te verrichten.
4. De staten van ontvangst nodigen de administratie van de vlagstaat die geen staat van ontvangst is, op verzoek van rederijen uit om zich te laten vertegenwoordigen bij ieder specifiek onderzoek krachtens de bepalingen van deze richtlijn.
5. De staten van ontvangst houden bij het plannen van een onderzoek overeenkomstig artikel 6 of artikel 8 naar behoren rekening met het vaar- en onderhoudsschema van de veerboot of het vaartuig.
6. De bevindingen van de specifieke onderzoeken worden vastgelegd in een rapport waarvan de vorm wordt vastgesteld volgens de procedure van artikel 16.
7. Indien staten van ontvangst het niet eens kunnen worden over de naleving van de voorschriften van artikel 4 en artikel 5, lid 1, stelt de administratie van een bij een specifiek onderzoek betrokken staat van ontvangst onmiddellijk de Commissie op de hoogte van de redenen van het meningsverschil.
8. De Commissie onderneemt onmiddellijk stappen om volgens de procedure van artikel 16 een beslissing te nemen.