Art. 5 Richtlijn 1999/35/EG, Vereiste eerste controles ten aanzien van rederijen en vlagstaten
Voor de aanvang van een geregelde dienst van een ro-ro-veerboot of een hogesnelheidspassagiersvaartuig, dan wel binnen twaalf maanden na de in artikel 19, lid 1, bedoelde datum voor een ro-ro-veerboot of hogesnelheidspassagiersvaartuig die/dat op die datum reeds een geregelde dienst onderhoudt, dienen de staten van ontvangst:
1. na te gaan of de rederijen die zulk een veerboot of vaartuig op een geregelde dienst inzetten of van plan zijn in te zetten:
a) de nodige maatregelen nemen om ervoor te zorgen dat aan de specifieke eisen van bijlage I bij deze richtlijn wordt voldaan en aan de bij de geregelde dienst betrokken staten van ontvangst het bewijs leveren dat aan dit punt en aan artikel 4 is voldaan;
b) er bij voorbaat mee instemmen dat de staten van ontvangst of een lidstaat die een aanzienlijk belang heeft overeenkomstig artikel 12 een onderzoek instellen naar een ongeval of incident op zee, dan wel ten volle aan een dergelijk onderzoek deelnemen of eraan meewerken, en hun toegang zullen geven tot de informatie die afkomstig is van de VDR van hun bij een dergelijk ongeval of incident betrokken veerboot of vaartuig;
2. na te gaan of de vlagstaat van veerboten of vaartuigen die een andere vlag dan die van een lidstaat voeren, de verbintenis van de rederij dat zij aan de voorschriften van deze richtlijn zal voldoen, heeft aanvaard.