Art. 4 Richtlijn 1999/35/EG, Vereiste eerste controles voor ro-ro-veerboten en hogesnelheidspassagiersvaartuigen

Richtlijn 1999/35/EG

1. Voordat een ro-ro-veerbot of hogesnelheidspassagiersvaartuig wordt ingezet in een geregelde dienst, of binnen twaalf maanden na de in artikel 19, lid 1, bedoelde datum voor een ro-ro-veerboot die of een hogesnelheidspassagiersvaartuig dat reeds een geregelde dienst onderhoudt, gaan de staten van ontvangst na of ro-ro-veerboten en hogesnelheidspassagiersvaartuigen:

a) geldige certificaten aan boord hebben, afgegeven door de administratie van de vlagstaat of een namens deze optredende erkende organisatie;

b) zijn onderworpen aan een onderzoek ten behoeve van de afgifte van certificaten krachtens het geharmoniseerde systeem van onderzoek en certificatie overeenkomstig de toepasselijke, in de bijlagen van resolutie A.746(18) van de algemene vergadering van de IMO betreffende richtsnoeren voor onderzoek opgenomen procedures en richtsnoeren, zoals die gelden ten tijde van de aanneming van deze richtlijn, of volgens procedures met hetzelfde doel;

c) voldoen aan de classificatienormen, aangegeven in de voorschriften van een erkende organisatie, of aan door de administratie van de vlagstaat als gelijkwaardig aanvaarde voorschriften voor de bouw en het onderhoud van romp, machines, elektrische installatie en controleapparatuur;

d) zijn uitgerust met een reisgegevensrecorder (VDR), die bij een eventueel onderzoek naar een ongeval informatie moet kunnen verschaffen. De VDR moet voldoen aan de prestatienormen van resolutie 861(20) van de algemene vergadering van de IMO van 27 november 1997 en aan de keuringsnormen van IEC-norm nr. 61996. Voor aan boord van ro-ro-veerboten of hogesnelheidspassagiersvaartuigen, die vóór de aanneming van deze richtlijn zijn gebouwd, te plaatsen VDR's, is vrijstelling van een aantal eisen mogelijk. Deze vrijstelling en de voorwaarden waaronder zij kunnen worden verleend, worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 16;

e) voldoen aan de specifieke stabiliteitsvereisten die op regionaal niveau zijn aangenomen en zijn omgezet in hun nationale wetgeving overeenkomstig de kennisgevingsprocedure van Richtlijn 98/34/EEG van de Raad van 22 juni 1998 betreffende een informatieprocedure op het gebied van normen en technische voorschriften en regels betreffende de diensten van de informatiemaatschappij(10) wanneer zij in de betrokken regio een dienst exploiteren die onder die nationale wetgeving valt, mits deze vereisten niet verdergaan dan die van de bijlage van resolutie 14 (Stabiliteitsvereisten horende bij de overeenkomst) van de Solas-conferentie van 1995 en daarvan kennis is gegeven aan de secretaris-generaal van de IMO, overeenkomstig de in punt 3 van die resolutie vermelde procedures.

2. Lid 1, onder e), is alleen van toepassing op hogesnelheidspassagiersvaartuigen waarvoor zulks relevant is.

Artikelen die hiernaar verwijzen

Vorige artikelen

Volgende artikelen