Art. 8 Richtlijn 97/78/EG
1. Wanneer
- producten bestemd zijn voor een lidstaat die of een gebied dat specifieke eisen heeft verkregen in het kader van de communautaire wetgeving,
- monsters zijn genomen maar de uitkomsten van het onderzoek daarvan nog niet bekend zijn wanneer het vervoermiddel uit de grensinspectiepost vertrekt,
- het om voor specifieke doeleinden toegestane invoer gaat, in de door de communautaire wetgeving voorgeschreven gevallen,
moet aan de bevoegde autoriteit van de plaats van bestemming via het in Richtlijn 90/425/EEG bedoelde Animo-net aanvullende informatie worden verstrekt.
2. Elke in lid 1, eerste en derde streepje, bedoelde partij producten bestemd voor een andere lidstaat, moet aan de in artikel 4, leden 3 en 4, bedoelde documentencontrole, overeenstemmingscontrole en materiële controle onderworpen worden in de grensinspectiepost op het grondgebied van de lidstaat waar de producten worden binnengebracht, vooral om na te gaan of de betrokken producten aan de voor de lidstaat of het gebied van bestemming geldende communautaire voorschriften voldoen. Vlees van ingevoerd niet-onthuid vrij haarwild moet een overeenstemmingscontrole of een materiële controle ondergaan, met uitzondering van de hygiënische controle en de in Richtlijn 96/23/EG van de Raad van 19 april 1996 inzake controlemaatregelen ten aanzien van bepaalde stoffen en residuen daarvan in levende dieren en in producten daarvan (13) bedoelde opsporing van residuen, die overeenkomstig Richtlijn 92/45/EEG van de Raad van 16 juni 1992 betreffende de gezondheidsvoorschriften en veterinairrechtelijke voorschriften voor het doden van vrij wild en het in de handel brengen van vlees van vrij wild (14) verricht moeten worden in de inrichting van bestemming waar dat vlees onder douanetoezicht volgens de procedure van lid 4, eerste streepje, gekoppeld aan het in artikel 5, lid 1, bedoelde certificaat, heen vervoerd moet worden.
Het resultaat van die controles moet toegezonden worden aan de veterinaire autoriteit die verantwoordelijk is voor de grensinspectiepost waar die producten binnenkomen. Aan de hand van dat resultaat zal zij de in artikel 24 bedoelde maatregelen treffen.
3. De lidstaten nemen, met betrekking tot producten als bedoeld in lid 1, eerste en derde streepje, die in een andere lidstaat dan de lidstaat van bestemming zijn binnengebracht, de nodige maatregelen opdat de betrokken partij de beoogde lidstaat van bestemming bereikt.
4. Producten die krachtens de communautaire wetgeving van de grensinspectiepost van aankomst tot de inrichting op de plaats van bestemming onder toezicht moeten staan worden onder de volgende voorwaarden verzonden:
- de betrokken partijen worden onder toezicht van de bevoegde autoriteit van de grensinspectiepost van aankomst naar de inrichting op de plaats van bestemming verzonden in lekvrije voertuigen of containers die door de bevoegde autoriteiten zijn verzegeld. De in lid 1, derde streepje, bedoelde producten moeten onder douanetoezicht blijven tot op de plaats van bestemming volgens de T 5-procedure als bedoeld in Verordening (EEG) nr. 2454/93 van de Commissie van 2 juli 1993 houdende vaststelling van enkele bepalingen ter uitvoering van Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad tot vaststelling van het communautair douanewetboek (15) en gekoppeld worden aan het in artikel 5, lid 1, bedoelde certificaat waarop de toegestane bestemming, en in voorkomend geval de aard van de beoogde verwerking vermeld zijn;
- de officiële dierenarts in de betrokken grensinspectiepost stelt de veterinaire autoriteit die verantwoordelijk is voor de inrichting op de plaats van bestemming via het Animo-net van de oorsprong en de plaats van bestemming van het product in kennis;
- in de inrichting op de plaats van bestemming ondergaan de producten de in de toepasselijke communautaire wetgeving voorgeschreven behandeling;
- de officiële dierenarts van de plaats van bestemming, of, in gevallen als bedoeld in hoofdstuk 10 van bijlage I bij Richtlijn 92/118/EEG, de officiële dierenarts van het entrepot voor tussenopslag in kennis gesteld door de voor de inrichting van bestemming verantwoordelijke persoon of de voor het entrepot voor tussenopslag verantwoordelijke persoon, moet de officiële dierenarts van de grensinspectiepost die hem de zending ter kennis heeft gebracht, binnen 15 dagen ter kennis brengen dat het product ter bestemming is aangekomen. Hij verricht regelmatig controles om, met name door een controle van het aankomstregister, na te gaan of de producten in de inrichting van bestemming zijn aangekomen.
5. Wanneer, onverminderd het bepaalde in artikel 20, de bevoegde autoriteit van de grensinspectiepost van binnenkomst het bewijs heeft dat producten waarvoor een bepaalde erkende inrichting als bestemming was opgegeven, daar nooit zijn aangekomen, treft zij tegen de belanghebbende bij de lading de noodzakelijke maatregelen.
6. De lidstaten stellen de Commissie in het bezit van de lijst van de in lid 4 bedoelde inrichtingen die krachtens de toepasselijke communautaire wetgeving voor de betrokken producten zijn erkend.
Ingeval de inrichting de kennisgevingsverplichtingen niet nakomt, kan de lidstaat haar erkenning intrekken en, de noodzakelijke sancties treffen naar gelang van de aard van het gelopen risico.
De Commissie maakt de lijst van erkende inrichtingen bekend en ziet erop toe dat deze wordt bijgewerkt en aan de lidstaten wordt medegedeeld.
7. De bepalingen ter uitvoering van dit artikel, die na raadpleging van de douaneautoriteiten worden opgesteld, worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 29.