Art. 9
1. Partijen die bestemd zijn om op een van de in bijlage I vermelde grondgebieden te worden ingevoerd en in een grensinspectiepost aankomen, maar bestemd zijn om te worden ingevoerd via een andere grensinspectiepost die op hetzelfde grondgebied of op het grondgebied van een andere lidstaat gelegen is, worden in de grensinspectiepost van bestemming aan een overeenstemmingscontrole en een materiële controle onderworpen, op voorwaarde dat het vervoer plaatsvindt over zee of door de lucht. In de inspectiepost van binnenkomst worden de volgende procedures toegepast:
a) wanneer de partij in het douanegebied van dezelfde haven of luchthaven hetzij rechtstreeks, hetzij na gedurende een periode die korter is dan de onder b) bedoelde minimale periode op een loskade of in een terminal uitgeladen te zijn, van een vliegtuig in een ander vliegtuig of van een vaartuig in een ander vaartuig wordt overgeladen, moet de bevoegde autoriteit daarvan door de belanghebbende bij de lading in kennis worden gesteld. Bij wijze van uitzondering kan zij om redenen van gevaar voor de gezondheid van dier en mens een documentencontrole van deze producten verrichten aan de hand van het veterinaire certificaat of het veterinaire document van oorsprong of ieder ander origineel document waarvan de betrokken partij vergezeld gaat of een gewaarmerkt afschrift daarvan;
b) als de partij op een andere wijze wordt uitgeladen
i) moet ze in het douanegebied van de haven of luchthaven onder controle van de bevoegde autoriteit voor een volgens de procedure van lid 2 te bepalen maximale en minimale periode en voorwaarden worden opgeslagen om over zee of door de lucht naar een andere grensinspectiepost te worden verzonden;
ii) moet ze aan een documentencontrole van de producten worden onderworpen op grond van de onder a) bedoelde documenten;
iii) moet ze, onverminderd artikel 20, bij wijze van uitzondering aan een overeenstemmingscontrole en een materiële controle worden onderworpen, indien er gevaar bestaat dat de gezondheid van mens of dier wordt bedreigd.
2. De bepalingen ter uitvoering van dit artikel worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 29.
3. De Raad kan op voorstel van de Commissie met gekwalificeerde meerderheid van stemmen besluiten de bepalingen van dit artikel ook op het overladen per spoor toe te passen.