Art. 11
1. Een lidstaat verleent namens alle bij de doorvoer betrokken lidstaten slechts toestemming voor de doorvoer van een partij van een derde land naar een ander derde land indien
a) deze partij uit een derde land komt waarvan de producten op de in bijlage I vermelde grondgebieden binnengebracht mogen worden, en voor een ander derde land bestemd zijn.
De bevoegde autoriteit kan van deze eis afwijken indien de partij in het douanegebied van dezelfde haven of luchthaven van een vliegtuig in een ander vliegtuig of van een vaartuig in een ander vaartuig overeenkomstig artikel 9, lid 1, onder a), overgeladen wordt om zonder tussenstop volgens overeenkomstig lid 4 vast te stellen algemene criteria naar de in bijlage I vermelde grondgebieden terug verzonden te worden;
b) die doorvoer vooraf is toegestaan door de officiële dierenarts van de grensinspectiepost van de lidstaat waar de partij voor het eerst op een van de in bijlage I vermelde grondgebieden aankomt;
c) de belanghebbende bij de lading vooraf toezegt de partij weer in bezit te zullen nemen als die producten geweigerd worden, om deze overeenkomstig artikel 17 te behandelen.
2. De in lid 1 bedoelde toestemming wordt slechts verleend onder de volgende voorwaarden:
a) een in het kader van de regeling voor douanevervoer aan de grensinspectiepost aangeboden partij gaat vergezeld van de in artikel 7, lid 1, bedoelde certificaten of documenten en, in voorkomend geval, van gewaarmerkte vertalingen;
b) de partij producten wordt in de bovengenoemde grensinspectiepost aangeboden voor de documentencontrole en de overeenstemmingscontrole.
Een over zee of door de lucht vervoerde partij kan door de bevoegde veterinaire autoriteit worden vrijgesteld van de documentencontrole en de overeenstemmingscontrole indien zij:
- niet wordt uitgeladen. In dat geval beperkt de documentencontrole zich, onverminderd artikel 20, tot het boordmanifest;
- in het douanegebied van dezelfde haven of luchthaven van een vliegtuig in een ander vliegtuig of van een vaartuig in een ander vaartuig overeenkomstig artikel 9, lid 1, onder a), wordt overgeladen.
In uitzonderingsgevallen, wanneer de gezondheid van mens of dier wordt bedreigd of wanneer onregelmatigheden worden vermoed, moet een aanvullende materiële controle worden verricht;
c) in geval van doorvoer over de weg of het binnenwater of per spoor over een of meer van de in bijlage I vermelde grondgebieden:
- wordt de betrokken partij overeenkomstig de T 1-procedure van Verordening (EEG) nr. 2913/92, onder douanetoezicht verzonden naar de plaats waar zij de Gemeenschap verlaat, samen met het op grond van lid 2, onder a), vereiste document en het in artikel 5, lid 1, bedoelde certificaat, waarin is aangegeven langs welke grensinspectiepost de partij de Gemeenschap verlaat;
- wordt de betrokken partij vervoerd in door de autoriteiten verzegelde voertuigen of containers, zonder dat de producten na het verlaten van de grensinspectiepost van binnenkomst mogen worden gelost of worden gesplitst. Tijdens het vervoer is geen enkele hantering van de producten toegestaan;
- verlaat de betrokken partij binnen 30 dagen na het vertrek uit de grensinspectiepost van binnenkomst, de Gemeenschap langs een grensinspectiepost, behoudens een algemene afwijking die volgens de procedure van lid 4 verleend is om rekening te houden met goed gemotiveerde situaties van geografische ligging;
d) de officiële dierenarts die het vervoer toestaat, stelt de officiële dierenarts van de grensinspectiepost waar de partij het grondgebied verlaat daarvan in kennis via het Animo-net;
e) de officiële dierenarts van de grensinspectiepost waar de partij het grondgebied verlaat, verklaart op het in artikel 5, lid 1, bedoelde certificaat dat de betrokken partijen de Gemeenschap hebben verlaten en zendt per fax of langs enige andere weg een afschrift van dit document aan de grensinspectiepost van binnenkomst.
Indien de officiële dierenarts van de grensinspectiepost van binnenkomst niet ingelicht is over het feit dat de producten de Gemeenschap binnen de in lid 2, onder c), derde streepje, bedoelde termijn hebben verlaten, schakelt hij de bevoegde douaneautoriteit in die nagaat wat de werkelijke bestemming van de producten is.
3. Alle uitgaven in verband met de toepassing van dit artikel, inclusief de bij dit artikel opgelegde inspecties en controles, komen ten laste van de belanghebbende bij de lading of zijn vertegenwoordiger, zonder enige vergoeding door de lidstaat, overeenkomstig de beginselen die voortvloeien uit artikel 1 van Richtlijn 85/73/EEG.
4. De bepalingen ter uitvoering van dit artikel, en met name die inzake de informatie-uitwisseling tussen de grensinspectieposten waarlangs een partij de Gemeenschap binnenkomt c.q. verlaat, worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 29.