Art. 12
1. Elke uit een derde land afkomstige partij producten, bestemd voor een vrije zone, een vrij entrepot of een douane-entrepot, overeenkomstig Verordening (EEG) nr. 2913/92, mag er door de bevoegde autoriteit slechts worden toegelaten indien de belanghebbende bij de lading vooraf heeft aangegeven of de eindbestemming van deze producten het in het vrije verkeer brengen op een van de in bijlage I vermelde grondgebieden is dan wel of zij een andere, nader te bepalen eindbestemming hebben en of deze producten al dan niet aan de invoervoorwaarden voldoen.
Indien de exacte vermelding van de eindbestemming ontbreekt, wordt ervan uitgegaan dat het product bestemd is om op een van de in bijlage I vermelde grondgebieden in het vrije verkeer te worden gebracht.
2. De in lid 1 bedoelde partijen moeten in de grensinspectiepost van binnenkomst aan een documentencontrole, een overeenstemmingscontrole en een materiële controle onderworpen worden om na te gaan of die producten aan voornoemde invoervoorwaarden voldoen.
De materiële controle is, behalve bij gegronde verdenking van een gevaar voor de gezondheid van mens of dier, niet vereist als bij de documentencontrole blijkt dat de producten niet aan de communautaire eisen voldoen.
Die partijen moeten vergezeld gaan van de in artikel 7, lid 1, bedoelde documenten. Indien nodig moet aan die documenten een gewaarmerkte vertaling worden toegevoegd.
3. Indien bij de in lid 2 bedoelde controles geconstateerd wordt dat aan de communautaire voorwaarden is voldaan, maakt de officiële dierenarts van de grensinspectiepost het in artikel 5, lid 1, bedoelde certificaat op dat aan de douanedocumenten gekoppeld wordt. De bevoegde veterinaire en douaneautoriteiten van de grensinspectiepost staan de toelating toe tot een entrepot in de vrije zone, een vrij entrepot of een douane-entrepot. Deze producten worden uit veterinair oogpunt geschikt verklaard om later in het vrije verkeer gebracht te worden.
4. Indien bij de in lid 2 bedoelde controles geconstateerd wordt dat de producten niet aan de communautaire eisen voldoen, maakt de officiële dierenarts van de grensinspectiepost het in artikel 5, lid 1, bedoelde certificaat op dat aan de douanedocumenten gekoppeld wordt. De veterinaire en douaneautoriteiten van de grensinspectiepost mogen in dat geval de toelating tot een entrepot in een vrije zone, een vrij entrepot of een douane-entrepot alleen toestaan als, onverminderd artikel 16, aan de volgende voorwaarden is voldaan:
a) de producten mogen niet afkomstig zijn van een derde land waarvoor een verbod geldt overeenkomstig artikel 11, lid 1, onder a), eerste zin;
b) de entrepots van vrije zones, de vrije entrepots en de douane-entrepots moeten door de bevoegde autoriteiten erkend zijn voor de opslag van producten. Om erkend te worden moeten zij aan de volgende eisen voldoen:
- bestaan uit een gesloten plaats waarvan de punten van binnenkomen en verlaten door de voor het entrepot verantwoordelijke persoon permanent gecontroleerd worden; voor entrepots in een vrije zone moet de gehele zone afgesloten zijn en onder permanente controle van de douaneautoriteit staan;
- voldoen aan de in de communautaire wetgeving of, bij gebreke daarvan, in de nationale wetgeving vastgestelde voorwaarden voor de erkenning van entrepots waar het betrokken product of de betrokken producten worden opgeslagen;
- een boekhouding voeren waarin dagelijks aantekening wordt gemaakt van de partijen die het entrepot binnenkomen en verlaten met vermelding van de aard en de hoeveelheid van de producten per partij en de naam en het adres van de geadresseerde. Deze boekhouding moet ten minste drie jaar bewaard worden;
- beschikken over gescheiden lokalen voor opslag en/of koeling waar producten die niet aan de veterinaire regelgeving voldoen opgeslagen kunnen worden.
Voor de bestaande entrepots kan de bevoegde autoriteit echter toestaan dat die producten in eenzelfde lokaal gescheiden van elkaar worden opgeslagen, mits de producten die niet aan de communautaire normen voldoen, opgeslagen worden in een met een sleutel afsluitbare omheinde ruimte;
- beschikken over lokalen die gereserveerd zijn voor het personeel dat de veterinaire controles verricht.
Indien de in lid 2 bedoelde controles uitwijzen dat de belanghebbende bij de lading uit hoofde van lid 1 een valse verklaring heeft afgelegd, moet hij de partij overeenkomstig artikel 17 behandelen.
5. De bevoegde autoriteiten nemen de nodige maatregelen om:
- na te gaan of de voorwaarden voor erkenning van de entrepots in acht worden genomen,
- ervoor te zorgen dat producten die niet aan de communautaire veterinaire eisen voldoen niet in dezelfde lokalen of omheinde ruimten worden opgeslagen als producten die wel aan die eisen voldoen,
- een doeltreffende controle bij het binnenkomen en het verlaten van het entrepot te garanderen en, tijdens de uren waarop de entrepots toegankelijk zijn, het toezicht door de veterinaire autoriteit te garanderen. Deze moet er in het bijzonder op toezien dat producten die niet aan de communautaire eisen voldoen de lokalen of ruimten waarin zij zijn opgeslagen niet zonder toestemming van de bevoegde autoriteit kunnen verlaten,
- de nodige controles uit te voeren teneinde elke verandering of verwisseling van de in de entrepots opgeslagen producten of elke verandering van de onmiddellijke verpakking, de eindverpakking of de verwerking te voorkomen.
6. Een lidstaat kan om redenen van diergezondheid of volksgezondheid weigeren dat producten die niet aan de voorwaarden van de communautaire wetgeving voldoen tot een douane-entrepot, een vrij entrepot of een vrije zone worden toegelaten.
7. Alleen partijen met een douanezegel mogen in een vrije zone, een vrij entrepot of een douane-entrepot worden binnengebracht.
8. De in lid 4 bedoelde partijen mogen een vrij entrepot, een douane-entrepot of een vrije zone alleen verlaten om naar een derde land of het in artikel 13 bedoelde entrepot verzonden te worden of om vernietigd te worden, met dien verstande dat
- de verzending naar een derde land geschiedt met inachtneming van de eisen van artikel 11, lid 1, onder c), en artikel 11, lid 2, onder a), c), d) en e),
- de overbrenging naar het in artikel 13 bedoelde entrepot plaatsvindt met behulp van een T 1-douanecontroleformulier, waarbij op het in artikel 13 bedoelde begeleidend certificaat het adres en de verdere gegevens van dat entrepot vermeld zijn,
- de in het geding zijnde producten pas naar de plaats van destructie vervoerd mogen worden nadat zij gedenatureerd zijn.
De betrokken partijen worden vervolgens, zonder dat de goederen worden gelost, onder toezicht van de bevoegde autoriteit doorgezonden in lekvrije voertuigen of containers die door de bevoegde autoriteit zijn verzegeld.
De partijen mogen niet tussen de in dit artikel bedoelde entrepots worden vervoerd.
9. Alle uitgaven in verband met de toepassing van dit artikel, inclusief de bij dit artikel opgelegde inspecties en controles, komen ten laste van de belanghebbende bij de lading of zijn vertegenwoordiger, zonder enige vergoeding door de lidstaat, overeenkomstig de beginselen die voortvloeien uit artikel 1 van Richtlijn 85/73/EEG.
10. De lidstaten dienen bij de Commissie de lijst in van
a) de in lid 4 bedoelde vrije zones, vrije entrepots en douane-entrepots;
b) de in artikel 13 bedoelde handelaren.
De Commissie zorgt voor de bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen van de onder a) bedoelde lijst, en deelt de lidstaten de namen van de onder b) bedoelde handelaren mee.
11. Indien de in de leden 1 tot en met 10 bedoelde voorwaarden, voorzover die betrekking hebben op het entrepot niet worden nageleefd, moet de bevoegde autoriteit de in lid 4, onder b), bedoelde erkenning schorsen of intrekken. Zij stelt de Commissie en de andere lidstaten daarvan in kennis.
Wanneer er opzettelijke of door ernstige nalatigheid veroorzaakte onregelmatigheden geconstateerd worden, zullen de sancties waarin de nationale wetgeving van de betrokken lidstaat voorziet, worden opgelegd aan degene die verantwoordelijk is voor het vervoer van de partij nadat deze het entrepot heeft verlaten.
12. De bepalingen ter uitvoering van dit artikel, met name de controleprocedures bij aankomst van een partij in of vertrek van een partij uit een zone of entrepot, het vervoer van partijen tussen zones en entrepots, de wijze van opslag van de producten en de toegestane hanteringen worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 29.