Art. 3

1. De lidstaten zien erop toe dat er op een van de in bijlage I vermelde grondgebieden geen partijen uit een derde land worden binnengebracht die niet de bij deze richtlijn voorgeschreven veterinaire controles ondergaan hebben.

2. De lidstaten zien erop toe dat de partijen via een grensinspectiepost op een van de in bijlage I vermelde grondgebieden worden binnengebracht.

3. De lidstaten zien erop toe dat de belanghebbenden bij de lading worden verplicht het veterinaire personeel van de grensinspectiepost waar de producten zullen worden aangeboden, vooraf door middel van de juiste gegevens in het in artikel 5, lid 1, bedoelde certificaat - dan wel via een andere informatiedrager - gedetailleerd in kennis te stellen van de gegevens betreffende de in lid 1 bedoelde partij, alsmede de in artikel 9 en artikel 19, lid 1, bedoelde partijen.

De lidstaten kunnen de manifesten van schepen en vliegtuigen controleren, alsook de overeenstemming ervan met de voormelde verklaringen en documenten.

4. De douaneautoriteiten waarvan de grensinspectiepost geografisch gezien afhangt, staan de beoogde douanebestemming van de partijen slechts toe overeenkomstig de voorschriften van het in artikel 5, lid 1, bedoelde certificaat.

5. De bepalingen ter uitvoering van dit artikel, met name de lijst van producten die veterinair gecontroleerd moeten worden, worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 29.

Uitspraken die dit artikel aanhalen