Art. 16 Verordening (EG) nr. 2200/96
1. Het in artikel 15, lid 2, onder b), bedoelde operationele programma wordt ingediend bij de bevoegde nationale instanties die het met inachtneming van de bepalingen van deze verordening goedkeuren, afwijzen of voor wijziging terugzenden.
De Lid-Staten stellen nationale richtsnoeren vast voor het opstellen van de bestekken inzake de in artikel 15, lid 4, onder b), bedoelde maatregelen. Zij doen het ontwerp van die richtsnoeren toekomen aan de Commissie, die binnen drie maanden kan verzoeken wijzigingen aan te brengen indien zij van oordeel is dat de richtsnoeren ontoereikend zijn om de doelstellingen van artikel 130 R van het Verdrag en van het Beleidsplan en actieprogramma van de Europese Gemeenschap op het gebied van het milieu en de duurzame ontwikkeling te bereiken.
2. Uiterlijk voor het einde van ieder jaar delen de telersverenigingen de raming van de middelen van het actiefonds voor het volgende jaar aan de Lid-Staat mede, en doen zij deze vergezeld gaan van passende bewijzen die gebaseerd zijn op de vooruitzichten van het operationele programma, de uitgaven van het lopende jaar en eventueel van de voorgaande jaren, alsmede indien nodig op de ramingen van de produktiehoeveelheden van het volgende jaar. De Lid-Staat deelt vóór 1 januari van het volgende jaar de telersvereniging de raming mee van de binnen de in artikel 15, lid 5, aangegeven grenzen vastgestelde financiële steun.
De betalingen van de financiële steun vinden plaats naar gelang van de uitgaven voor de acties in het kader van het operationele programma. Voor diezelfde acties kunnen voorschotten worden toegekend, mits deze gedekt worden door borgen of garanties.
Aan het begin van ieder jaar en uiterlijk op 31 januari deelt de telersvereniging de Lid-Staat het definitieve bedrag van de uitgaven van het voorgaande jaar mede en doet zij dit vergezeld gaan van de nodige bewijzen teneinde de resterende overheidssteun te kunnen ontvangen.
3. Een door de betrokken Lid-Staat erkende groepering van telersverenigingen kan namens haar leden het in artikel 15, lid 1, bedoelde actiefonds beheren en de in artikel 15, lid 2, onder b), bedoelde operationele programma's opstellen, indienen en uitvoeren. In dat geval wordt de financiële steun aan de groepering van telersverenigingen toegekend en doet die groepering de in lid 2 bedoelde mededelingen.
4. Het operationele programma en de financiering ervan door enerzijds de telers en de telersverenigingen en anderzijds door communautaire middelen lopen ten minste drie en ten hoogste vijf jaar.
5. Door bij de Lid-Staat een operationeel programma in te dienen, aanvaardt een telersvereniging of, bij toepassing van lid 3, een groepering van telersverenigingen de verbintenis zich te onderwerpen aan de nationale en communautaire controles overeenkomstig titel VI, met name ten aanzien van het correcte beheer van de openbare middelen.