Art. 21 Verordening (EG) nr. 2200/96
1. Indien een in een of meer regio's van een Lid-Staat werkzame brancheorganisatie voor een bepaald produkt representatief wordt geacht voor de produktie en/of de verhandeling en/of de verwerking van dat produkt, kan de betrokken Lid-Staat op verzoek van de betrokken organisatie bepaalde in het kader van deze organisatie genomen besluiten, gesloten overeenkomsten of onderling afgestemde feitelijke gedragingen voor een beperkte periode verbindend verklaren voor de individuele marktdeelnemers of samenwerkingsverbanden die in de betrokken regio of regio's werkzaam zijn en die niet bij deze organisatie zijn aangesloten.
2. Een brancheorganisatie wordt als representatief in de zin van lid 1 beschouwd, wanneer zij ten minste twee derde van de produktie en/of de verhandeling en/of de verwerking van het betrokken produkt of de betrokken produkten in de betrokken regio of regio's van een Lid-Staat vertegenwoordigt. Ingeval om derdenbinding voor verscheidene regio's wordt verzocht, moet de brancheorganisatie het bewijs leveren van een bepaalde minimumrepresentativiteit voor elke branchegroep in elke betrokken regio.
3. De regels waarvoor om derdenbinding wordt verzocht:
a) mogen alleen de onderstaande onderwerpen betreffen:
- kennis van produktie en markt,
- produktieregels die strenger zijn dan de eventueel in de communautaire of nationale wetgeving vastgestelde voorschriften,
- opstelling van met de communautaire wetgeving verenigbare standaardcontracten,
- regels inzake de verhandeling,
- regels inzake milieubescherming,
- maatregelen om de verkoop te bevorderen en de handelswaarde te verhogen,
- maatregelen ter bescherming van de biologische landbouw, oorsprongsbenamingen, kwaliteitslabels en geografische aanduidingen.
De in het tweede, het vierde en het vijfde streepje bedoelde maatregelen mogen geen andere maatregelen zijn dan die welke zijn vermeld in bijlage III;
b) moeten reeds ten minste één jaar van toepassing zijn;
c) mogen voor ten hoogste drie verkoopseizoenen verplicht worden gesteld;
d) mogen geen schade toebrengen aan andere telers in de Lid-Staat of in de Gemeenschap.