Art. 11 Verordening (EG) nr. 2200/96

Verordening (EG) nr. 2200/96

1. Onder "telersvereniging" worden in deze verordening verstaan, rechtspersonen:

a) die zijn opgericht op initiatief van de telers van de volgende categorieën in artikel 1, lid 2, bedoelde produkten:

i) groenten en fruit,

ii) fruit,

iii) groenten,

iv) produkten die bestemd zijn om te worden verwerkt,

v) citrusvruchten,

vi) noten,

vii) champignons,

b) met als doel:

1. te verzekeren dat de produktie wordt gepland en aan de vraag wordt aangepast, met name wat omvang en kwaliteit betreft;

2. de concentratie van het aanbod en het in de handel brengen van de produkten van de leden te bevorderen;

3. de produktiekosten te drukken en de produktieprijzen te reguleren;

4. de landbouwpraktijk, de produktietechnieken en het afvalbeheer milieuvriendelijker te maken, om met name de kwaliteit van water, bodem en landschap te beschermen en de biodiversiteit te behouden en/of te bevorderen;

c) waarvan de statuten de aangesloten telers in het bijzonder ertoe verplichten:

1. de door de telersvereniging vastgestelde regels inzake de verstrekking van teeltgegevens, produktie, afzet en milieubescherming toe te passen;

2. uit hoofde van de voortbrenging op één zelfde bedrijf van één van de categorieën van produkten, bedoeld onder punt a), slechts lid te zijn van één van de onder punt a) bedoelde telersverenigingen;

3. hun volledige betrokken produktie via de telersvereniging te verkopen.

Zo de telersvereniging dit toestaat, mogen de aangesloten telers evenwel onder door de telersvereniging vastgestelde voorwaarden:

- ten hoogste 25 % van hun produktie indien het gaat om verenigingen van telers van onder a), i), bedoelde groenten en fruit, en 20 % van de produktie voor telers die aangesloten zijn bij andere categorieën van telersverenigingen, zelf op hun bedrijf rechtstreeks aan de consument verkopen voor diens eigen behoeften, en bovendien;

- zelf of via een andere, door hun eigen vereniging aan te wijzen telersvereniging produkten verkopen die, vergeleken met het afzetvolume van hun telersvereniging slechts een marginaal aandeel van de omzet vertegenwoordigen;

- via een andere, door hun eigen vereniging aan te wijzen telersvereniging produkten afzetten die, gezien de kenmerken ervan, gewoonlijk niet onder de handelsactiviteiten van de eigen telersvereniging vallen;

- de toestemming krijgen om volgens de procedure van artikel 46 en tot 31 december 1999 voor bepaalde produkten bij wijze van afwijkende, degressieve overgangsmaatregel met de verwerkende bedrijven rechtstreekse overeenkomsten te sluiten;

4. de door de telersvereniging voor statistische doeleinden gevraagde inlichtingen te verstrekken, die met name betrekking kunnen hebben op areaal, geoogste hoeveelheden, opbrengst en rechtstreekse verkoop;

5. de in de statuten vastgestelde financiële bijdragen voor de oprichting en de financiering van het in artikel 15 bedoelde actiefonds te betalen;

d) waarvan de statuten bepalingen omvatten betreffende:

1. de nadere bepalingen betreffende de vaststelling, de goedkeuring en de wijziging van de onder c), i), bedoelde regels;

2. het aan de leden opleggen van financiële bijdragen voor de financiering van de telersvereniging;

3. de regels op grond waarvan de uiteindelijke zeggenschap bij beslissingen en de controle op de telersvereniging op democratische wijze bij de aangesloten telers berust;

4. de sancties bij overtreding van de statutaire verplichtingen, en met name bij niet-betaling van de financiële bijdragen, of van de door de telersvereniging vastgestelde regels;

5. de regels betreffende de toelating van nieuwe leden, en met name betreffende de minimumduur van het lidmaatschap;

6. de nodige boekhoudkundige en budgettaire regels voor de werking van de vereniging, en

e) die door de betrokken Lid-Staat overeenkomstig lid 2 zijn erkend.

2. De Lid-Staten erkennen telersverenigingen die een verzoek om erkenning als telersvereniging in de zin van deze verordening indienen, op voorwaarde dat deze verenigingen:

a) aan de in lid 1 gestelde eisen voldoen en daartoe onder meer het bewijs leveren dat zij ten minste een volgens de procedure van artikel 46 te bepalen aantal leden en verkoopbare produktie hebben;

b) voldoende garanties bieden ten aanzien van de uitvoering, de duur en de doelmatigheid van hun optreden;

c) hun leden in staat stellen daadwerkelijk technische bijstand te verkrijgen om milieuvriendelijk te produceren;

d) technische hulpmiddelen voor de opslag, de verpakking en de afzet van de produkten ter beschikking van hun leden stellen, en zorgen voor een met hun taakomschrijving corresponderend commercieel, boekhoudkundig en budgettair beheer.

3. De Lid-Staten kunnen ook andere telersverenigingen dan de in lid 1, onder a), bedoelde verenigingen die vóór de inwerkingtreding van deze verordening bestonden en die vóór de datum van toepassing van deze verordening zijn erkend uit hoofde van Verordening (EEG) nr. 1035/72, erkennen als telersverenigingen in de zin van deze verordening.

Wanneer de Lid-Staten met toepassing van de voorgaande alinea de bovengenoemde telersverenigingen erkennen, geldt het bepaalde in lid 1, met uitzondering van letter a), en, zo nodig, van letter c), punt 2, en lid 2.