Art. 15 Verordening (EG) nr. 2200/96
1. Onder de in dit artikel vastgestelde voorwaarden wordt communautaire financiële steun verleend aan telersverenigingen die een actiefonds vormen.
Dit actiefonds wordt van middelen voorzien door de werkelijk betaalde financiële bijdragen van hun leden, die worden berekend aan de hand van de hoeveelheden of de waarde van de daadwerkelijk op de markt afgezette groenten en fruit, en door de in de eerste alinea bedoelde financiële steun.
2. Het in lid 1 bedoelde actiefonds is bestemd voor:
a) de financiering van uitgaven in verband met het uit de markt nemen van produkten onder de in lid 3 vastgestelde voorwaarden;
b) de financiering van een operationeel programma dat overeenkomstig artikel 16, lid 1, bij de bevoegde nationale instanties voor goedkeuring moet worden ingediend.
De middelen van het actiefonds kunnen evenwel geheel of gedeeltelijk worden aangewend voor de financiering van het door de in artikel 13 bedoelde telersverenigingen ingediende actieprogramma.
3. Het uit de markt nemen van produkten mag alleen uit het actiefonds worden gefinancierd, indien door de bevoegde nationale instanties een operationeel programma is goedgekeurd. De financiering kan een of meer van de volgende vormen aannemen:
a) de betaling van een ophoudcompensatie voor produkten die niet in bijlage II zijn vermeld, maar wel voldoen aan de geldende normen indien die normen overeenkomstig artikel 2 zijn vastgesteld;
b) de uitkering van een toeslag op de communautaire ophoudvergoeding.
De Lid-Staten kunnen een maximum vaststellen voor deze compensatie of toeslag. De som van deze toeslag en de communautaire ophoudvergoeding moet echter vallen binnen de grenzen van de maximumbodemprijzen die voor het verkoopseizoen 1995/1996 gelden ingevolge artikel 16, lid 3 bis, de artikelen 16 bis en 16 ter, en artikel 18, lid 1, onder a), eerste streepje, van Verordening (EEG) nr. 1035/72.
In het eerste jaar na de datum waarop het eerste door de betrokken telersvereniging ingediende operationele programma door de bevoegde nationale instanties is goedgekeurd, mag niet meer dan 60 % van de middelen van het actiefonds worden besteed aan het uit de markt nemen van produkten, in het tweede jaar niet meer dan 55 %, in het derde jaar niet meer dan 50 %, in het vierde jaar niet meer dan 45 %, in het vijfde jaar niet meer dan 40 %, en vanaf het zesde jaar niet meer dan 30 %.
De maxima waarin artikel 23, leden 3, 4 en 5, voorziet, gelden ook voor de in de eerste alinea, onder a), van onderhavig lid bedoelde uit de markt genomen hoeveelheden.
4. Het in lid 2, onder b), bedoelde operationele programma moet:
a) naast verschillende van de in artikel 11, lid 1, onder b), bedoelde doelstellingen onder meer een aantal van de volgende oogmerken hebben: verbetering van de kwaliteit van de produkten, verhoging van de handelswaarde van de produkten, verkoopbevordering van de produkten bij de consument, ontwikkeling van een biologische-produktiekolom, bevordering van geïntegreerde produktie of van andere milieuvriendelijke produktiemethoden, beperking van de uit de markt genomen hoeveelheden;
b) maatregelen omvatten om de leden ertoe aan te zetten milieuvriendelijke technieken toe te passen, zowel bij de teelt als bij het beheer van gebruikt materiaal.
Onder milieuvriendelijke technieken worden met name de technieken verstaan waarmee de doelstellingen kunnen worden bereikt die zijn bedoeld in artikel 1, onder a), b) en c), van Verordening (EEG) nr. 2078/92 (13);
c) een financiële planning omvatten die voorziet in de inschakeling van de personele en technische hulpmiddelen die nodig zijn voor het toezicht op de inachtneming van de normen, de fytosanitaire voorschriften en de toegestane maximumresidugehalten.
5. De in lid 1 bedoelde financiële steun is gelijk aan het bedrag van de werkelijk betaalde bijdragen als bedoeld in voornoemd lid, maar bedraagt maximaal 50 % van het bedrag van de reële uitgaven uit hoofde van lid 2.
Dit percentage wordt verhoogd tot 60 %, wanneer een operationeel programma of een gedeelte van een operationeel programma wordt ingediend:
a) hetzij door telersverenigingen van de Gemeenschap die in verschillende Lid-Staten werkzaam zijn, met betrekking tot landsgrensoverschrijdende maatregelen, behalve maatregelen als bedoeld in lid 2, onder a);
b) hetzij door een of meer telersverenigingen, met betrekking tot maatregelen die door een bedrijfskolom worden uitgevoerd.
De financiële steun mag evenwel niet meer bedragen dan 4 % van de waarde van de door elke telersvereniging in de handel gebrachte produktie, op voorwaarde dat het totale bedrag van de financiële steun minder bedraagt dan 2 % van de totale omzet van alle telersverenigingen samen. Om te garanderen dat deze regel wordt nageleefd, zal een voorschot van 2 % worden uitgekeerd en zal de rest van de steun worden uitbetaald zodra het totale bedrag van de steunaanvragen bekend is. Vanaf 1999 wordt het percentage van 4 % opgetrokken naar 4,5 %, en het percentage van de totale omzet van 2 % naar 2,5 %.
6. In die regio's van de Gemeenschap waar de telers bijzonder zwak georganiseerd zijn, kunnen de Lid-Staten, op grond van een naar behoren gemotiveerd verzoek, toestemming krijgen om de telersverenigingen nationale financiële steun toe te kennen voor een bedrag van ten hoogste de helft van de financiële bijdragen van de telers. Die steun komt bovenop het actiefonds.
In de Lid-Staten waar minder dan 15 % van de produktie van groenten en fruit door telersverenigingen in de handel wordt gebracht en waar de produktie van groenten en fruit minstens 15 % van de totale landbouwproduktie bedraagt, kan de in de eerste alinea bedoelde steun op verzoek van de betrokken Lid-Staat worden terugbetaald door de Gemeenschap via het Communautair Bestek.