Art. 15 Verordening (EG) nr. 3284/94

Verordening (EG) nr. 3284/94

Algemene bepalingen 1. Voorlopige of definitieve compenserende rechten worden bij verordening ingesteld en door de Lid-Staten geheven in de vorm en voor het bedrag zoals vermeld in die verordening en met inachtneming van de andere daarin vermelde criteria. Deze rechten worden geheven onafhankelijk van de douanerechten, belastingen en andere heffingen die normaal bij invoer van toepassing zijn. Van geen enkel produkt kunnen zowel anti-dumpingrechten als compenserende rechten worden geheven op grond van een zelfde situatie die door dumping of exportsubsidies is ontstaan.

2. Verordeningen tot instelling van voorlopige of definitieve compenserende rechten en verordeningen of besluiten tot aanvaarding van verbintenissen of tot beëindiging van onderzoeken of procedures worden in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen bekendgemaakt. Deze verordeningen of besluiten bevatten, in het bijzonder, en met inachtneming van de verplichting tot bescherming van vertrouwelijke gegevens, de namen van de betrokken exporteurs, indien praktisch mogelijk, of van de betrokken landen, een omschrijving van het produkt en een samenvatting van de belangrijkste feiten en overwegingen die voor de bevindingen inzake subsidiëring en schade relevant zijn. In elk afzonderlijk geval wordt een exemplaar van de verordening of het besluit aan de gekende belanghebbenden toegezonden. De bepalingen van dit lid zijn van overeenkomstige toepassing op herzieningsonderzoeken.

3. Bij deze verordening, of uit hoofde daarvan, kunnen bijzondere bepalingen worden vastgesteld, in het bijzonder wat de gemeenschappelijke definitie van het begrip 'oorsprong van goederen` zoals bedoeld in Verordening (EEG) No 2913/92 van de Raad van 12 oktober 1992 tot vaststelling van het communautair douanewetboek (1), betreft.

4. Indien dit in het belang is van de Gemeenschap, mogen maatregelen die op grond van deze verordening zijn vastgesteld, na raadpleging van het raadgevend comité, bij besluit van de Commissie voor een periode van negen maanden worden geschorst. De Raad kan, met een gewone meerderheid van stemmen en op voorstel van de Commissie, besluiten de schorsing met ten hoogste één jaar te verlengen. De maatregelen mogen uitsluitend worden geschorst indien de marktverhoudingen tijdelijk zodanig zijn gewijzigd dat het onwaarschijnlijk is dat de schorsing opnieuw tot schade zou leiden, en mits de bedrijfstak van de Gemeenschap in de gelegenheid werd gesteld opmerkingen te maken en met die opmerkingen rekening is gehouden. Maatregelen kunnen na overleg te allen tijde weer worden ingesteld indien de reden voor schorsing heeft opgehouden te bestaan.

5. De Commissie kan, na raadpleging van het raadgevend comité, de douaneautoriteiten opdracht geven passende maatregelen te nemen om de invoer te registreren, zodat later, met ingang van de datum van registratie, rechten kunnen worden geheven op de betrokken produkten. Tot registratie van de invoer kan worden overgegaan naar aanleiding van een door de bedrijfstak van de Gemeenschap ingediend verzoek dat voldoende bewijsmateriaal bevat om een dergelijke maatregel te rechtvaardigen. De registratieverplichting wordt opgelegd door middel van een verordening waarin het doel van de maatregel wordt uiteengezet en, indien dit opportuun is, een raming wordt opgenomen van de bedragen aan rechten die later verschuldigd kunnen zijn. De invoer kan voor een periode van ten hoogste negen maanden aan registratieplicht worden onderworpen.

6. De Lid-Staten brengen de Commissie maandelijks verslag uit over de invoer van goederen waarover onderzoeken gaande zijn en waarop maatregelen van toepassing zijn, onder opgave van het bedrag van de rechten dat op grond van deze verordening is geheven.

Vorige artikelen

Volgende artikelen