Art. 12 Verordening (EG) nr. 3284/94

Verordening (EG) nr. 3284/94

Terugwerkende kracht 1. Voorlopige maatregelen en definitieve compenserende rechten worden uitsluitend toegepast op produkten die na de inwerkingtreding van het respectievelijk krachtens artikel 9, lid 1, en artikel 11, lid 6, genomen besluit in het vrije verkeer worden gebracht, behoudens de bij deze verordening vastgestelde uitzonderingen.

2. Wanneer een voorlopig recht werd toegepast en uit de definitief vastgestelde feiten blijkt dat er sprake is van subsidies waartegen compenserende maatregelen kunnen worden genomen en van schade, beslist de Raad, ongeacht of al dan niet een definitief compenserend recht dient te worden ingesteld, welk deel van het voorlopige recht definitief dient te worden ingevorderd. Onder "schade" wordt in dit verband niet verstaan een aanzienlijke vertraging bij de vestiging van een communautaire bedrijfstak, noch de dreiging van aanzienlijke schade, tenzij wordt vastgesteld dat deze, in afwezigheid van voorlopige maatregelen, zich tot aanmerkelijke schade zou hebben ontwikkeld. In alle andere gevallen waarin een dergelijke dreiging of vertraging zich voordoet, worden alle voorlopig betaalde bedragen vrijgegeven en kunnen definitieve rechten uitsluitend worden opgelegd vanaf de datum waarop de dreiging van schade of de aanzienlijke vertraging definitief wordt vastgesteld.

3. Is het definitieve compenserende recht hoger dan het voorlopige recht, dan wordt het verschil niet geïnd. Is het definitieve recht lager dan het voorlopige recht, dan wordt het recht opnieuw berekend. Is de definitieve vaststelling negatief, dan wordt het voorlopige recht niet bevestigd.

4. Een definitief compenserend recht kan worden geheven op produkten die ten hoogste 90 dagen vóór de datum van inwerkingtreding van de voorlopige maatregelen, maar niet vóór de datum waarop het onderzoek werd geopend, ten verbruike zijn aangegeven, op voorwaarde dat de invoer, overeenkomstig het bepaalde in artikel 15, lid 5, werd geregistreerd, dat de Commissie de betrokken importeurs de gelegenheid heeft gegeven opmerkingen te maken en dat:

i) er kritieke omstandigheden bestaan waarin voor het betrokken gesubsidieerde produkt moeilijk te herstellen schade wordt veroorzaakt door massale invoer, in een betrekkelijk korte periode, van een produkt waarvoor in de zin van deze verordening tot compenserende maatregelen aanleiding gevende subsidies zijn toegekend, en ii) indien het nodig wordt geoordeeld, om de herhaling van dergelijke schade te voorkomen, op deze invoer met terugwerkende kracht compenserende rechten worden ingesteld.

5. In geval van schending of intrekking van verbintenissen kunnen overeenkomstig deze verordening definitieve rechten worden geheven van goederen die ten hoogst 90 dagen vóór de inwerkingtreding van voorlopige maatregelen in het vrije verkeer worden gebracht, op voorwaarde dat de invoer overeenkomstig artikel 15, lid 5, werd geregistreerd en deze terugwerking niet wordt toegepast ten aanzien van produkten die vóór de schending of de intrekking van de verbintenis werden ingevoerd.

Vorige artikelen

Volgende artikelen