Art. 19 Verordening (EG) nr. 3284/94
Niet-medewerking 1. Indien belanghebbenden binnen de bij deze verordening vastgestelde termijnen geen toegang geven tot de nodige informatie of deze anderzins niet verstrekken of het onderzoek aanmerkelijk belemmeren, kunnen voorlopige of definitieve conclusies, zowel in positieve als in negatieve zin, worden getrokken aan de hand van de beschikbare gegevens. Blijkt dat een belanghebbende onjuiste of misleidende informatie heeft verstrekt, dan wordt deze buiten beschouwing gelaten en kan van beschikbare gegevens gebruik worden gemaakt. Belanghebbenden dienen van de gevolgen van niet-medewerking in kennis te worden gesteld.
2. Indien de belanghebbende zijn antwoord niet door middel van systemen voor automatische gegevensverwerking verstrekt, wordt dit niet als het niet verlenen van medewerking beschouwd, mits deze belanghebbende aantoont dat het verstrekken van het antwoord in de gevraagde vorm voor hem een onredelijke extra belasting zou betekenen of onredelijke extra kosten met zich zou brengen.
3. Indien de informatie die een belanghebbende verstrekt niet in alle opzichten ideaal is, mag deze niet buiten beschouwing worden gelaten indien de tekortkomingen niet van dien aard zijn dat zij het bereiken van redelijk betrouwbare conclusies onnodig bemoeilijken, de informatie op passende wijze binnen de termijnen wordt verstrekt en controleerbaar is en de betrokkene naar beste vermogen heeft gehandeld.
4. Indien bewijzen of inlichtingen niet worden aanvaard, dient de partij die deze heeft verstrekt onverwijld in kennis te worden gesteld van de redenen die aan deze afwijzing ten grondslag liggen en dient haar de gelegenheid te worden gegeven binnen de gestelde termijn nadere inlichtingen te verstrekken. Indien de verstrekte inlichtingen ontoereikend worden geacht, dienen de redenen voor de afwijzing van dergelijke bewijzen of dergelijke inlichtingen te worden vermeld in alle bevindingen die openbaar worden gemaakt.
5. De op lid 1 gebaseerde vaststellingen, met inbegrip van die welke betrekking hebben op de hoogte van de tot compenserende rechten aanleiding gevende subsidie en de in de klacht vervatte informatie, dienen, indien praktisch mogelijk en met inachtneming van de voor het onderzoek vastgestelde termijnen, te worden getoetst aan informatie uit andere beschikbare onafhankelijke bronnen, zoals gepubliceerde prijslijsten, officiële invoerstatistieken of douanestatiestieken alsmede aan de informatie die in de loop van het onderzoek van andere belanghebbenden werd verkregen.
6. Indien een belanghebbende geen of slechts gedeeltelijk medewerking verleent, waardoor relevante informatie niet beschikbaar is, kan dit ten gevolge hebben dat de resultaten voor deze belanghebbende minder gunstig zijn dan indien hij wel medewerking had verleend.