Art. 11 Verordening (EG) nr. 3284/94

Verordening (EG) nr. 3284/94

Beëindiging zonder maatregelen; instelling van definitieve rechten 1. Wanneer de klacht wordt ingetrokken, kan de procedure worden beëindigd, tenzij dit strijdig is met het belang van de Gemeenschap.

2. Wanneer, na overleg, blijkt dat beschermende maatregelen overbodig zijn en het raadgevend comité geen bezwaar maakt, wordt het onderzoek of de procedure beëindigd. In alle andere gevallen doet de Commissie de Raad onverwijld een verslag over de resultaten van het overleg toekomen, te zamen met een voorstel tot beëindiging van de procedure. De procedure wordt geacht te zijn beëindigd indien de Raad niet binnen een maand met een gekwalificeerde meerderheid van stemmen een ander besluit neemt.

3. De procedure wordt onmiddellijk beëindigd indien wordt vastgesteld dat de hoogte van de subsidie waartegen compenserende maatregelen kunnen worden genomen, minimaal is in de zin van lid 5, of indien de omvang van zowel de werkelijke als de potentiële gesubsidieerde invoer of de schade te verwaarlozen is.

4. Bij een overeenkomstig artikel 7, lid 13, ingeleide procedure wordt de schade normaliter als te verwaarlozen beschouwd indien het marktaandeel van de betrokken invoer minder bedraagt dan de in artikel 7, lid 11, aangegeven hoeveelheden.

Bij onderzoek naar de gesubsidieerde invoer uit ontwikkelingslanden wordt de omvang van de invoer eveneens als te verwaarlozen zijnde beschouwd indien deze minder dan 4 % uitmaakt van de totale invoer van het oorspronkelijke produkt in de Gemeenschap, tenzij de invoeren uit ontwikkelingslanden waarvan het afzonderlijke aandeel in de totale invoer minder dan 4 % vertegenwoordigt, te zamen meer dan 9 % bedragen van de invoer van het soortgelijke produkt in de Gemeenschap.

5. In het kader van dezelfde onderzoeken wordt de hoogte van de subsidie waartegen compenserende maatregelen kunnen worden genomen, als minimaal beschouwd indien deze minder dan 1 % van de waarde bedraagt, met de volgende uitzonderingen:

a) bij onderzoeken naar de invoer uit ontwikkelingslanden bedraagt dit cijfer 2 %, en b) voor de in bijlage VII van de subsidieovereenkomst genoemde ontwikkelingslanden die lid zijn van de WTO en voor de ontwikkelingslanden die lid zijn van de WTO die de exportsubsidies zoals omschreven in artikel 3, lid 4, onder a), volledig hebben afgeschaft, bedraagt dit cijfer 3 %; indien de toepassing van deze bepaling van de afschaffing van exportsubsidies afhangt, dan wordt deze toegepast vanaf de datum dat de afschaffing van de exportsubsidies bij de Commissie Subsidies en Compenserende Maatregelen van de WTO is aangemeld en voor zolang als de exportsubsidies niet door het betrokken ontwikkelingsland worden toegekend; deze bepaling vervalt acht jaar na de inwerkingtreding van de WTO-overeenkomst,

op voorwaarde dat slechts het onderzoek wordt beëindigd indien de hoogte van de tot compenserende maatregelen aanleiding gevende subsidie onder de minimale waarde ligt voor individuele exporteurs. De procedure blijft echter op hen van toepassing en bij een eventuele herziening voor het betrokken land op grond van artikel 13 kunnen zij aan een nieuw onderzoek worden onderworpen.

6. Wanner uit de definitief vastgestelde feiten blijkt dat er sprake is van subsidies waartegen compenserende maatregelen kunnen worden genomen, dat deze schade veroorzaken en dat het in het belang van de Gemeenschap is maatregelen in de zin van artikel 22 te nemen, stelt de Raad, met een gewone meerderheid van stemmen, op voorstel van de Commissie en na raadpleging van het raadgevend comité, een definitief compenserend recht in, tenzij de subsidie wordt ingetrokken of wordt aangetoond dat de betrokken exporteurs daardoor geen voordeel meer verkrijgen. Wanneer voorlopige rechten van toepassing zijn, wordt de Raad ten minste één maand voor het vervallen van deze rechten een voorstel voor definitieve maatregelen voorgelegd. Het compenserende recht mag het bedrag van de tot compenserende maatregelen aanleiding gevende en de exporteurs tot voordeel strekkende subsidie, zoals vastgesteld op grond van deze verordening, niet overschrijden en dient lager te zijn dan het totale bedrag van de subsidies waartegen compenserende maatregelen kunnen worden genomen, indien een lager recht toereikend is om de schade weg te nemen die de bedrijfstak van de Gemeenschap lijdt.

7. In elke zaak wordt op niet discriminerende grondslag een passend compenserend recht ingesteld op alle produkten, ongeacht de oorsprong, waarvan is geconstateerd dat zij met tot compenserende maatregelen aanleiding gevende subsidies worden ingevoerd en dat daardoor schade ontstaat, met uitzondering van de invoer waarvoor krachtens deze verordening verbintenissen werden aanvaard. In de verordening wordt het recht bekendgemaakt dat voor elke leverancier is ingesteld of, indien dit uit praktisch oogpunt onmogelijk is, voor het land van levering.

8. Wanneer de Commissie haar onderzoek overeenkomstig artikel 18 heeft beperkt, mag het compenserende recht op de invoer door exporteurs of producenten die zich, overeenkomstig het bepaalde in artikel 18, kenbaar hebben gemaakt maar niet bij het onderzoek werden betrokken, niet hoger zijn dan het gewogen gemiddelde bedrag van de subsidies waartegen compenserende maatregelen kunnen worden ingesteld, dat voor de in de steekproef opgenomen partijen werd vastgesteld. Voor de toepassing van dit lid houdt de Commissie geen rekening met nihilbedragen en minimale bedragen van subsidies waartegen compenserende maatregelen kunnen worden ingesteld, noch met de bedragen van dergelijke subsidies die onder de in artikel 19 bedoelde omstandigheden werden vastgesteld. De autoriteiten passen individuele rechten toe op de invoer van elke exporteur of producent aan wie de in artikel 18 bedoelde individuele behandeling wordt toegekend.

Vorige artikelen

Volgende artikelen