Art. 10 Verordening (EG) nr. 3284/94
Verbintenissen 1. Een onderzoek kan worden beëindigd zonder dat voorlopige of definitieve rechten worden ingesteld, na aanvaarding van bevredigende verbintenissen op vrijwillige basis op grond waarvan:
i) de overheid van het land van oorsprong en/of uitvoer ermee instemt de subsidie in te trekken of te beperken of andere maatregelen te nemen om de gevolgen van de subsidie te elimineren, of ii) een exporteur zich ertoe verbindt zijn prijzen te herzien of zijn export naar het betrokken gebied stop te zetten zolang voor deze export een tot compenserende maatregelen aanleiding gevende subsidie wordt verleend, mits de Commissie, na overleg, ervan overtuigd is dat de schadelijke gevolgen van subsidiëring hierdoor worden weggenomen. Prijzen worden ingevolge deze verbintenissen niet sterker verhoogd dan nodig is om de hoogte van de tot compenserende maatregelen aanleiding gevende subsidie te compenseren. De prijsverhogingen dienen lager te zijn dan de hoogte van deze subsidie indien dergelijke verhogingen toereikend zijn om een einde te maken aan de schade die de bedrijfstak van de Gemeenschap lijdt.
2. De Commissie kan zelf verbintenissen voorstellen, maar een overheid of exporteur kan niet verplicht worden hierop in te gaan. Het feit dat een overheid of exporteur geen verbintenissen aanbiedt of niet op een voorstel daartoe ingaat, heeft geen enkele invloed op het onderzoek van de zaak. Niettemin kan worden vastgesteld dat bij voortzetting van de gesubsidieerde invoer de kans op schade groter is. Van een overheid of exporteur worden geen verbintenissen gevraagd, noch aanvaard, tenzij een voorlopige vaststelling van subsidiëring een daaruit voortvloeiende schade is gedaan. Behoudens uitzonderlijke omstandigheden kunnen geen verbintenissen meer worden aangeboden na het verstrijken van de periode waarin overeenkomstig artikel 21, lid 5, opmerkingen kunnen worden gemaakt.
3. Verbintenissen behoeven niet te worden aanvaard indien deze aanvaarding in de praktijk, bij voorbeeld omdat het aantal feitelijke of potentiële exporteurs te groot is, of om andere redenen, onder meer van algemeen beleid, moeilijkheden zou opleveren. Aan de betrokken exporteur en/of overheid van het land van oorsprong en/of uitvoer kan mededeling worden gedaan van de redenen op grond waarvan wordt overwogen een aangeboden verbintenis af te wijzen. De exporteur of overheid kan in de gelegenheid worden gesteld hierop commentaar te leveren. De redenen voor de afwijzing worden in het definitieve besluit uiteengezet.
4. Partijen die een verbintenis aanbieden, dienen een niet-vertrouwelijke versie daarvan ter beschikking te stellen die aan de bij het onderzoek betrokken partijen kan worden toegezonden.
5. Wanneer verbintenissen, na overleg, worden aanvaard en in het raadgevend comité geen bezwaren naar voren worden gebracht, wordt het onderzoek beëindigd. In alle andere gevallen doet de Commissie de Raad ten spoedigste een verslag van het overleg toekomen, te zamen met een voorstel tot beëindiging van de procedure. De procedure wordt als beëindigd beschouwd indien de Raad niet binnen één maand met een gekwalificeerde meerderheid een ander besluit neemt.
6. Worden de verbintenissen aanvaard, dan wordt het onderzoek naar subsidiëring en schade normaliter beëindigd. Wordt in een dergelijk geval vastgesteld dat er geen sprake is van subsidiëring of schade, dan komt de verbintenis automatisch te vervallen, behalve wanneer een dergelijke vaststelling grotendeels het gevolg is van het bestaan van een verbintenis. In dergelijke gevallen kunnen de autoriteiten verlangen dat een verbintenis gedurende een redelijke termijn wordt gehandhaafd. Indien wordt vastgesteld dat er inderdaad sprake is van subsidiëring en schade, wordt de verbintenis gehandhaafd op de daarvoor geldende voorwaarden en overeenkomstig de bepalingen van deze verordening.
7. De Commissie verlangt van elke overheid of exporteur van wie een verbintenis werd aanvaard dat deze regelmatig informatie verstrekt over de naleving van deze verbintenis en dat de overheid of exporteur verificatie van de relevante gegevens toestaat. Indien niet aan deze eisen wordt voldaan, wordt de verbintenis geacht te zijn geschonden.
8. Wanneer tijdens het onderzoek van bepaalde exporteurs verbintenissen worden aanvaard, worden deze voor de toepassing van artikel 13 geacht van kracht te worden op de datum waarop het onderzoek voor het betrokken land van oorsprong en/of uitvoer wordt beëindigd.
9. Wanneer een verbintenis door een partij wordt geschonden of ingetrokken, wordt overeenkomstig artikel 11 een definitief recht ingesteld op basis van de feiten die werden vastgesteld bij het onderzoek dat tot de verbintenis aanleiding heeft gegeven, op voorwaarde dat dit onderzoek werd afgesloten met een definitieve vaststelling van subsidiëring of schade en, behalve in geval van intrekking van een verbintenis door een exporteur of overheid, de betrokken exporteur of de overheid van het land van oorsprong en/of uitvoer de gelegenheid is gegeven opmerkingen te maken.
10. Na overleg kan overeenkomstig artikel 9 op basis van de beste informatie die beschikbaar is een voorlopig recht worden ingesteld, hetzij omdat er redenen zijn om aan te nemen dat een verbintenis wordt geschonden, hetzij in geval van schending of intrekking van een verbintenis, indien het onderzoek dat aanleiding heeft gegeven tot de verbintenis niet werd voltooid.