Art. 13 Verordening (EG) nr. 3284/94
Duur, herziening en terugbetaling 1. Een compenserende maatregel blijft van toepassing zolang en voor zover als nodig is om de gesubsidieerde invoer die schade veroorzaakt te neutraliseren.
A. Herzieningen bij het vervallen van maatregelen 2. Een definitieve compenserende maatregel vervalt vijf jaar nadat hij werd ingesteld of vijf jaar na de datum waarop het meest recente herzieningsonderzoek in verband met zowel de subsidiëring als de schade werd beëindigd, tenzij bij een herzieningsonderzoek wordt vastgesteld dat het vervallen van de maatregel waarschijnlijk tot een voortzetting of herhaling van de gesubsidieerde invoer en daaruit voortvloeiende schade zal leiden. Een herzieningsondezoek bij het vervallen van een maatregel wordt op initiatief van de Commissie dan wel op verzoek van of namens de bedrijfstak van de Gemeenschap geopend en de maatregel blijft van kracht totdat de resultaten van dit onderzoek bekend zijn.
3. Eeen herzieningsonderzoek in verband met het vervallen van een maatregel wordt geopend wanneer het daartoe strekkende verzoek voldoende bewijs bevat dat de opheffing van de maatregelen vermoedelijk tot voortzetting of herhaling van subsidiëring en schade zou leiden, bij voorbeeld stukken waaruit blijkt dat nog steeds gesubsidieerde invoer plaatsvindt en dat daardoor schade ontstaat, dat het verdwijnen van de schade geheel of ten dele aan de bestaande maatregelen is toe te schrijven of dat de omstandigheden waarin de exporteurs zich bevinden dan wel de marktsituatie van zodanige aard zijn dat de schade veroorzakende subsidiëring waarschijnlijk zal voortduren.
4. Bij een overeenkomstig deze afdeling uitgevoerd onderzoek worden de exporteurs, de importeurs, de overheid van het land van oorsprong en/of uitvoer en de indiener van de klacht in de gelegenheid gesteld de in het verzoek om een herziening verstrekte informatie aan te vullen, te weerleggen of daarop commentaar te geven en in de conclusies zal naar behoren rekening worden gehouden met al het relevante bewijsmateriaal met betrekking tot de vraag, of het al dan niet waarschijnlijk is dat intrekking van de maatregelen tot voortzetting of herhaling van de gesubsidieerde invoer en schade zal leiden.
5. Voor de toepassing van deze afdeling wordt op een passend tijdstip in de loop van het laatste jaar dat de in dit lid omschreven maatregelen van toepassing zijn, in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen een bericht gepubliceerd waarin wordt aangekondigd dat de maatregelen op korte termijn zullen vervallen. Na de publikatie van dit bericht kunnen de producenten in de Gemeenschap, uiterlijk drie maanden vóór het einde van de termijn van vijf jaar, overeenkomstig lid 3 een verzoek tot herziening indienen. Tevens wordt een bericht gepubliceerd waarin het feitelijke vervallen van de maatregelen uit hoofde van deze afdeling wordt aangekondigd.
B. Tussentijdse herzieningen 6. De noodzaak tot handhaving van maatregelen kan eveneens worden onderzocht, hetzij op initiatief van de Commissie, hetzij op verzoek van een Lid-Staat, hetzij, op voorwaarde dat een redelijke termijn van ten minste één jaar is verstreken sedert de instelling van de definitieve maatregel, op verzoek van een exporteur, een importeur, de producenten van de Gemeenschap dan wel de overheid van het land van oorsprong en/of uitvoer, welk verzoek voldoende bewijsmateriaal dient te bevatten ten aanzien van de noodzaak van een dergelijke tussentijdse herziening.
7. Een onderzoek met het oog op een tussentijdse herziening wordt geopend wanneer het daartoe strekkende verzoek voldoende bewijs bevat dat handhaving van de maatregel niet langer noodzakelijk is om de subsidie te compenseren en/of dat het onwaarschijnlijk is dat de schade zal blijven bestaan of zich opnieuw zal voordoen indien de maatregel wordt ingetrokken of gewijzigd, dan wel dat de bestaande maatregel niet of niet langer toereikend is om de schade veroorzakende subsidie te compenseren.
8. Indien de ingestelde compenserende rechten lager zijn dan het bedrag van de tot compensatie aanleiding gevende subsidies, wordt een tussentijds herzieningsonderzoek geopend indien de producenten in de Gemeenschap voldoende bewijs leveren dat de rechten niet of niet voldoende tot wijziging van de wederverkoopprijzen van het in de Gemeenschap ingevoerde produkt hebben geleid. Indien bij onderzoek blijkt dat deze bewering juist is, kunnen de compenserende rechten worden verhoogd om een prijsverhoging te bewerkstelligen die de schade wegneemt, hoewel het verhoogde recht niet hoger mag zijn dan het bedrag van de tot compensatie aanleiding gevende subsidie.
9. Bij een overeenkomstig deze afdeling uitgevoerd onderzoek kan de Commissie onder meer nagaan of de omstandigheden met betrekking tot subsidiëring en schade ingrijpend gewijzigd zijn, dan wel of met de bestaande maatregelen het beoogde resultaat, namelijk het wegnemen van de eerder overeenkomstig artikel 5 vastgestelde schade, is bereikt. Bij de definitieve vaststelling wordt rekening gehouden met al het relevante bewijsmateriaal.
C. Versnelde herzieningsonderzoeken 10. Een exporteur, op wiens produkten een definitief compenserend recht van toepassing is, maar die tijdens het oorspronkelijke onderzoek niet individueel werd onderzocht, en wel om andere redenen dan zijn weigering de Commissie medewerking te verlenen, komt, op zijn verzoek, in aanmerking voor een versneld onderzoek, zodat de Commissie voor die exporteur zo spoedig mogelijk een individueel compenserend recht kan vaststellen. Voordat een dergelijk onderzoek wordt geopend, wordt het raadgevend comité geraadpleegd en worden de producenten in de Gemeenschap in de gelegenheid gesteld commentaar te leveren.
D. Algemene bepalingen inzake herzieningen 11. De desbetreffende bepalingen van de artikelen 7 en 8, met uitzondering van die welke betrekking hebben op termijnen, zijn van toepasing op alle herzieningsonderzoeken uit hoofde van de leden 2 tot en met 10. Deze onderzoeken worden zo snel mogelijk uitgevoerd en dienen normaliter binnen twaalf maanden na opening te zijn voltooid.
12. Herzieningsonderzoeken uit hoofde van dit artikel worden door de Commissie geopend na raadpleging van het raadgevend comité. Wanneer deze onderzoeken daartoe aanleiding geven, worden de maatregelen, door de Instelling van de Gemeenschap die ze heeft ingevoerd, overeenkomstig de leden 2 tot en met 5 ingetrokken of gehandhaafd, dan wel overeenkomstig de leden 6 tot en met 10 ingetrokken, gehandhaafd of gewijzigd. Wanneer maatregelen ten aanzien van individuele exporteurs maar niet ten aanzien van een land in zijn geheel worden ingetrokken, blijft de procedure van toepassing op deze exporteurs en kunnen zij worden onderworpen aan een nieuw onderzoek dat overeenkomstig dit artikel voor het betrokken land wordt ingesteld.
13. Bij een herzieningsonderzoek op grond van de leden 6 tot en met 9, dat reeds aan de gang is aan het einde van de geldigheidsduur van de in de leden 2 tot en met 5 omschreven maatregelen, wordt eveneens rekening gehouden met het bepaalde in de leden 2 tot en met 5.
E. Terugbetalingen 14. In afwijking van het bepaalde in de leden 2 tot en met 5, kan een importeur om terugbetaling van rechten verzoeken wanneer wordt aangetoond dat de subsidie op grond waarvan de rechten werden betaald, niet meer bestaat of is teruggevallen tot een lager niveau dan dat van de geldende rechten.
15. Om terugbetaling van compenserende rechten te verkrijgen, doet de importeur de Commissie een daartoe strekkend verzoek toekomen. Het verzoek wordt ingediend via de Lid-Staat op het grondgebied waarvan de produkten in het vrije verkeer werden gebracht en dit binnen zes maanden nadat de hoogte van de definitieve rechten door de bevoegde autoriteiten werd vastgesteld of besloten werd de uit hoofde van het voorlopige recht als zekerheid gestelde bedragen definitief in te vorderen. De Lid-Staten geven de Commissie onverwijld kennis van een dergelijk verzoek.
16. Een verzoek om terugbetaling wordt slechts geacht met voldoende bewijsmateriaal te zijn gestaafd wanneer het nauwkeurige gegevens bevat met betrekking tot het bedrag van de compenserende rechten waarvan terugbetaling wordt gevraagd en het vergezeld gaat van alle douanedocumenten in verband met de berekening en de betaling van dit bedrag. Tevens dient het, voor een representatieve periode, bewijsmateriaal te bevatten betreffende het bedrag van de tot compenserende rechten aanleiding gevende subsidies dat de exporteur of producent waarop het recht van toepassing is, ontvangt. Wanneer de importeur niet met de betrokken exporteur of producent gelieerd is en degelijke informatie niet onmiddellijk beschikbaar is, of de exporteur of de producent niet bereid is deze informatie aan de importeur te verschaffen, wordt in het verzoek een verklaring van de exporteur of producent opgenomen dat de tot compenserende rechten aanleiding gevende subsidie is verminderd of nihil is geworden in de zin van dit artikel en dat het desbetreffende bewijsmateriaal aan de Commissie zal worden toegezonden. Wanneer dit bewijsmateriaal niet binnen een redelijke termijn door de exporteur of de producent wordt voorgelegd, wordt het verzoek van de hand gewezen.
17. Na raadpleging van het raadgevend comité besluit de Commissie of en in hoeverre het verzoek wordt ingewilligd. De Commissie kan op ieder ogenblik besluiten een tussentijdse herziening in te leiden. Op basis van de informatie die wordt verkregen bij dit herzieningsonderzoek, dat wordt uitgevoerd overeenkomstig de bepalingen die op dergelijke onderzoeken van toepassing zijn, en de conclusies die eruit worden getrokken, wordt bepaald of en in hoeverre terugbetaling gerechtvaardigd is. Terugbetalingen van rechten vinden normaliter plaats binnen twaalf maden en in ieder geval binnen 18 maanden nadat het met bewijsmateriaal gestaafde verzoek om terugbetaling werd ingediend door een importeur van het aan compenserende rechten onderworpen produkt. Deze rechten worden door de Lid-Staten normaliter terugbetaald binnen 90 dagen nadat vorengenoemd besluit is genomen.
F. Slotbepaling 18. Bij alle overeenkomstig dit artikel uitgevoerde onderzoeken in verband met de herziening of de terugbetaling van recht gaat de Commissie, voor zover de omstandigheden niet gewijzigd zijn, op dezelfde wijze te werk als bij het onderzoek ten gevolge waarvan het recht werd ingesteld, met inachtneming van het bepaalde in de artikelen 4 en 18.