Art. 20 Verordening (EG) nr. 3284/94
Vertrouwelijke gegevens 1. Inlichtingen die vanwege hun aard vertrouwelijk zijn (bij voorbeeld omdat bekendmaking ervan een concurrent aanmerkelijk zou bevoordelen of ernstige nadelige gevolgen zou hebben voor degene die de informatie heeft verstrekt of van wie hij deze informatie heeft verkregen) of die door partijen bij een onderzoek als vertrouwelijk worden verstrekt, worden, indien daarvoor geldige redenen worden opgegeven, als dusdanig door de autoriteiten behandeld.
2. Belanghebbenden die vertrouwelijke inlichtingen verstrekken, dienen daarvan een niet-vertrouwelijke samenvatting toe te zenden. Deze samenvattingen moeten gedetailleerd genoeg zijn om een redelijk inzicht te verschaffen in de essentie van de als vertrouwelijk medegedeelde gegevens. In buitengewone omstandigheden kunnen belanghebbenden aangeven dat deze inlichtingen niet kunnen worden samengevat. In dergelijke buitengewone omstandigheden moet worden aangegeven waarom het niet mogelijk is een samenvatting te verstrekken.
3. Indien de Commissie van oordeel is dat een verzoek om vertrouwelijke behandeling niet gegrond is en degene die de inlichtingen heeft verstrekt niet bereid is deze bekend te maken of de bekendmaking ervan in algemene bewoordingen of in samengevatte vorm toe te staan, kunnen deze inlichtingen buiten beschouwing worden gelaten, tenzij uit goede bronnen blijkt dat ze juist zijn. Verzoeken om vertrouwelijke behandeling mogen niet willekeurig worden afgewezen.
4. Dit artikel vormt geen beletsel voor de bekendmaking van algemene informatie door de autoriteiten van de Gemeenschap en, in het bijzonder, van de motivering van besluiten die ingevolge deze verordening zijn genomen of voor de bekendmaking van het bewijsmateriaal waarop de autoriteiten van de Gemeenschap steunen, voor zover het noodzakelijk is deze motivering in gerechtelijke procedures toe te lichten. Bij deze bekendmaking moet rekening worden gehouden met het rechtmatige belang van de betrokkenen wat de bescherming van zaken- en ambtsgeheimen betreft.
5. De Raad, de Commissie en de Lid-Staten en de ambtenaren van de Raad, de Commissie en de Lid-Staten maken zonder de uitdrukkelijke toestemming van de persoon die ze heeft verstrekt geen gegevens bekend die zij ingevolge deze verordening hebben verkregen en waarvoor deze persoon een vertrouwelijke behandeling heeft gevraagd. Informatie die tussen de Commissie en de Lid-Staten wordt uitgewisseld of informatie in verband met overleg op grond van artikel 16 of overleg als bedoeld in artikel 7, lid 9, en artikel 8, lid 10, of interne documenten die door de autoriteiten van de Gemeenschap of van de Lid-Staten zijn opgesteld, worden niet bekendgemaakt, tenzij in deze verordening anders bepaald.
6. De op grond van deze verordening verkregen informatie wordt uitsluitend gebruikt voor het doel waarvoor ze is gevraagd.