Art. 5 Verordening (EG) nr. 3284/94
Vaststelling van schade 1. Voor de toepassing van deze verordening wordt onder "schade", tenzij anders bepaald, verstaan aanmerkelijke schade voor de bedrijfstak van de Gemeenschap, dreiging van aanmerkelijke schade voor de bedrijfstak van de Gemeenschap of aanmerkelijke vertraging bij de vestiging van een dergelijke bedrijfstak en wordt dit begrip volgens de bepalingen van dit artikel geïnterpreteerd.
2. De vaststelling van schade is gebaseerd op positief bewijsmateriaal en houdt een objectief onderzoek in van a) de omvang van de gesubsidieerde invoer en de gevolgen daarvan voor de prijzen van soortgelijke produkten in de Gemeenschap en b) de gevolgen van deze invoer voor de bedrijfstak van de Gemeenschap.
3. Wat de omvang van de gesubsidieerde invoer betreft, wordt nagegaan of deze, in absolute cijfers dan wel in verhouding tot de produktie of het verbruik in de Gemeenschap, aanzienlijk is toegenomen. Wat de weerslag van de gesubsidieerde invoer op de prijzen betreft, wordt nagegaan of er sprake is van aanzienlijke prijsonderbieding door het met subsidie ingevoerde produkt ten opzichte van de prijzen van soortgelijke produkten van de bedrijfstak van de Gemeenschap, dan wel of deze invoer de prijzen op enige andere wijze sterk drukt of een aanzienlijke belemmering vormt voor prijsverhogingen die zonder deze invoer hadden plaatsgevonden, met dien verstande dat geen van deze factoren op zich, noch verscheidene van deze factoren, te zamen, noodzakelijkerwijze doorslaggevend is of zijn.
4. Wanneer de invoer van een produkt uit meer dan één land terzelfder tijd aan een subsidieonderzoek wordt onderworpen, worden de gevolgen van deze invoer uitsluitend cumulatief beoordeeld indien wordt vastgesteld dat a) de hoogte van de tot compenserende maatregelen aanleiding gevende subsidies voor het uit elk land ingevoerde produkt meer dan minimaal is in de zin van artikel 11, lid 5, en de uit elk land ingevoerde hoeveelheid niet als te verwaarlozen kan worden aangemerkt, en b) een cumulatieve beoordeling van de gevolgen van de invoer opportuun is gezien de concurrentieverhoudingen tussen de ingevoerde produkten onderling en tussen de ingevoerde produkten en het soortgelijke produkt uit de Gemeenschap.
5. Het onderzoek naar de gevolgen van de gesubsidieerde invoer voor de betrokken bedrijfstak van de Gemeenschap omvat een beoordeling van alle relevante economische factoren en indicatoren die op de situatie van die bedrijfstak van invloed zijn, zoals het feit dat een bedrijfstak nog steeds herstellende is van de gevolgen van subsidiëring of dumping die in het verleden heeft plaatsgevonden, de hoogte van de tot compenserende maatregelen aanleiding gevende subsidies, de werkelijke en potentiële daling van de verkoop, winst, omzet, marktaandeel, produktiviteit, rentabiliteit en bezettingsgraad, alsmede de factoren die van invloed zijn op de prijzen in de Gemeenschap; de werkelijke en potentiële negatieve gevolgen voor "cash flow", voorraden, werkgelegenheid, lonen, groei en het vermogen om kapitaal of investeringen aan te trekken, en, in het geval van landbouw, of er een toenemende afhankelijkheid is van steunregelingen van de overheid. Deze lijst is niet limitatief, noch zijn een of meer van deze factoren noodzakelijkerwijze doorslaggevend.
6. Aan de hand van het overeenkomstig lid 2 voorgelegde relevante bewijsmateriaal moet worden aangetoond dat de gesubsidieerde invoer schade in de zin van deze verordening veroorzaakt, Hierbij moet meer in het bijzonder worden aangetoond dat de overeenkomstig lid 3 vastgestelde omvang en/of prijzen de in lid 5 omschreven gevolgen hebben voor de bedrijfstak van de Gemeenschap en dat deze gevolgen als aanmerkelijk kunnen worden beschouwd.
7. Er wordt ook een onderzoek ingesteld naar andere gekende factoren dan de gesubsidieerde invoer, die de bedrijfstak van de Gemeenschap terzelfder tijd schade toebrengen, om te voorkomen dat de door deze andere factoren veroorzaakte schade overeenkomstig het bepaalde in lid 6 aan de gesubsidieerde invoer wordt toegeschreven. Relevant in dit verband zijn, onder andere, de hoeveelheden en de prijzen van niet gesubsidieerde invoer, een inkrimping van de vraag of wijzigingen in het consumentengedrag, handel beperkende praktijken van en de concurrentie tussen buitenlandse producenten en producenten in de Gemeenschap, technologische ontwikkelingen en de exportprestaties en de produktiviteit van de bedrijfstak van de Gemeenschap.
8. De gevolgen van de gesubsidieerde invoer worden beoordeeld in verhouding tot de produktie van het soortgelijke produkt door de bedrijfstak van de Gemeenschap, mits deze produktie duidelijk kan worden onderscheiden aan de hand van beschikbare gegevens over criteria zoals het produktieproces, de omzet en de winst van de producenten. Is deze produktie niet op bovenomschreven wijze te onderscheiden, dan worden de gevolgen van de gesubsidieerde invoer beoordeeld aan de hand van een onderzoek van de kleinste groep of het kleinste assortiment produkten waartoe het soortgelijke produkt behoort en waarover de nodige gegevens kunnen worden verkregen.
9. De vaststelling dat aanmerkelijke schade dreigt te worden toegebracht is op feiten gebaseerd en niet slechts op veronderstellingen, ramingen of vage mogelijkheden. De verandering van omstandigheden waardoor een situatie zou ontstaan waarin subsidiëring schade veroorzaakt, moet voor de nabije toekomst duidelijk zijn te voorzien.
10. Bij de vaststelling van het bestaan van dreigende aanmerkelijke schade worden onder meer de volgende factoren in aanmerking genomen:
i) de aard van de betrokken subsidie of subsidies en de waarschijnlijke gevolgen daarvan voor de handel;
ii) een aanzienlijke toename van de gesubsidieerde invoer in de Gemeenschap, wat erop wijst dat deze invoer waarschijnlijk nog aanzienlijk zal toenemen;
iii) voldoende vrij beschikbare produktiecapaciteit van de exporteur of een aanmerkelijke toename daarvan in de nabije toekomst, wat erop wijst dat de uitvoer met dumping naar de Gemeenschap waarschijnlijk aanzienlijk zal toenemen, waarbij evenwel rekening moet worden gehouden met de beschikbaarheid van andere exportmarkten die de extra voor uitvoer beschikbare hoeveelheden kunnen absorberen;
iv) of de produkten worden ingevoerd tegen prijzen die een sterke druk op de binnenlandse prijzen zouden uitoefenen of die prijsverhogingen die anders hadden plaatsgevonden, aanmerkelijk zouden verhinderen en die de vraag naar importprodukten vermoedelijk nog zal doen toenemen;
v) de bestaande voorraad van het produkt waarop het onderzoek betrekking heeft.
11. Geen van deze factoren behoeft op zich doorslaggevend te zijn, maar alle in overweging genomen factoren te zamen moeten tot de conclusie leiden dat de gesubsidieerde invoer op korte termijn zal toenemen en dat deze invoer, tenzij beschermingsmaatregelen worden genomen, aanmerkelijke schade zal veroorzaken.