Art. 558 Verordening (EEG) nr. 2454/93
1. De geldigheidsduur van de vergunning wordt door de douaneautoriteiten vastgesteld, rekening houdend met de economische voorwaarden en de bijzondere behoeften van de aanvrager van de vergunning.
Wanneer de geldigheidsduur meer dan twee jaar bedraagt, worden de voorwaarden op grond waarvan de vergunning is afgegeven op het in de vergunning vastgestelde tijdstip opnieuw onderzocht.
2. In afwijking van lid 1 mag de geldigheidsduur van de vergunning actieve veredeling voor de in artikel 560, lid 2, bedoelde produkten niet meer dan drie maanden bedragen.