Art. 559 Verordening (EEG) nr. 2454/93

Verordening (EEG) nr. 2454/93

1. Bij het verlenen van de vergunning stellen de douaneautoriteiten, overeenkomstig artikel 118 van het Wetboek, de termijn vast voor de wederuitvoer van de veredelingsprodukten, rekening houdend, enerzijds, met de tijd die nodig is om een bepaalde hoeveelheid goederen te veredelen zoals aangegeven in de vergunning, evenals de hoeveelheid invoergoederen waarvoor de vergunning is verleend, en, anderzijds, met de tijd die nodig is om de veredelingsprodukten een douanebestemming te geven.

2. Indien de omstandigheden dit rechtvaardigen, kan de termijn van wederuitvoer worden verlengd, zelfs na het verstrijken van de oorspronkelijk toegestane termijn.