Art. 556 Verordening (EEG) nr. 2454/93
1. Onverminderd artikel 568 wordt de vergunning verleend door de autoriteiten waarbij de aanvraag overeenkomstig artikel 555, lid 2, is ingediend, en opgesteld met inachtneming van artikel 500, volgens het model in bijlage 68/B.
In afwijking van artikel 500, lid 3, kan, in naar behoren met redenen omklede uitzonderlijke gevallen, een vergunning met terugwerkende kracht worden verleend, die evenwel niet verder kan teruggaan dan het tijdstip waarop de aanvraag werd ingediend.
2. Wanneer artikel 555, lid 2, onder b), wordt toegepast, kan de vergunning niet worden verleend zonder de instemming van de douaneautoriteiten die zijn aangewezen door de Lid-Staten waarin de in de aanvraag vermelde plaatsen zijn gelegen. De volgende procedure is van toepassing:
a) De douaneautoriteiten waarbij de aanvraag is ingediend zenden de douaneautoriteiten van de overige betrokken Lid-Staten de aanvraag en de ontwerp-vergunning, na te hebben nagegaan dat de economische voorwaarden ten aanzien van de voorgenomen veredeling vervuld kunnen worden geacht. In de ontwerp-vergunning moeten ten minste het opbrengstpercentage, de gekozen identificatiemiddelen en de in punt 12 van de model-vergunning in bijlage 68/B bedoelde douanekantoren zijn vermeld, evenals of eventueel gebruik kan worden gemaakt van vereenvoudigde procedures bij de plaatsing, de overbrenging en de aanzuivering en welke regels in acht moeten worden genomen, onder andere ten einde te verzekeren dat het controlekantoor over de nodige informatie beschikt.
b) De aangeschreven douaneautoriteiten delen, in voorkomend geval, zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk twee maanden na de toezending van de aanvraag en de ontwerp-vergunning, mede dat er bezwaren bestaan.
c) De onder a) bedoelde douaneautoriteiten kunnen de vergunning verlenen nadat zij alle maatregelen hebben genomen om ervoor te zorgen dat de douaneschuld die ten aanzien van de invoergoederen kan ontstaan zal worden voldaan en indien zij binnen de onder b) bedoelde termijn geen mededeling hebben ontvangen dat er bezwaren bestaan tegen de ontwerp-vergunning.
d) De Lid-Staat die de vergunning verleent, zendt daarvan een kopie aan alle bovenbedoelde Lid-Staten.
De aldus verleende vergunningen zijn slechts van toepassing in de bovenbedoelde Lid-Staten.
De Lid-Staten delen aan de Commissie, die de overige Lid-Staten daaromtrent inlicht, de namen en adressen mede van de aangewezen douaneautoriteiten aan wie de onder a) bedoelde aanvraag en ontwerp-vergunning moeten worden gericht.
3. Met het oog op de juiste toepassing van de voorschriften inzake de regeling kunnen de douaneautoriteiten, ter vereenvoudiging van de controles, bepalen dat de vergunninghouder een voorraadadministratie voert of laat voeren, hierna te noemen "administratie actieve veredeling", waarin de hoeveelheden onder de regeling geplaatste invoergoederen en verkregen veredelingsprodukten worden opgenomen evenals alle andere gegevens die nodig zijn om het verloop van de veredeling te kunnen volgen en de eventueel verschuldigde rechten bij invoer te kunnen vaststellen.
De administratie actieve veredeling dient ter beschikking te staan van het controlekantoor, zodat de juiste werking van de regeling kan worden gecontroleerd. Wanneer de veredeling in verscheidene bedrijven plaatsvindt, moeten in de voorraadadministratie steeds de gegevens zijn terug te vinden ten aanzien van de toepassing van de regeling in ieder bedrijf.
Indien de regeling gecontroleerd kan worden aan de hand van de administratie die de vergunninghouder voor handelsdoeleinden voert, wordt deze door de douaneautoriteiten erkend als administratie actieve veredeling.