Art. 563 Verordening (EEG) nr. 2454/93

Verordening (EEG) nr. 2454/93

1. Een maandelijkse of driemaandelijkse globalisatie kan door de douaneautoriteiten die zijn aangewezen door de Lid-Staat waar de vergunning wordt aangevraagd, worden toegestaan, wanneer kan worden verwacht dat invoergoederen regelmatig onder de regeling zullen worden geplaatst om te worden veredeld en in de vorm van veredelingsprodukten weer te worden uitgevoerd, waardoor het mogelijk is min of meer constante termijnen voor de wederuitvoer in aanmerking te nemen.

2. Bij een maandelijkse globalisatie verstrijken alle termijnen voor de wederuitvoer die in een bepaalde maand zijn ingegaan op de laatste dag van de kalendermaand waarin de termijn voor de wederuitvoer verstrijkt voor goederen die in de betrokken maand het laatst onder de regeling zijn geplaatst.

3. Bij een driemaandelijkse globalisatie verstrijken alle termijnen voor de wederuitvoer die in een bepaald kwartaal zijn ingegaan op de laatste dag van het kwartaal waarin de termijn voor de wederuitvoer verstrijkt voor goederen die in het bedoelde kwartaal het laatst onder de regeling zijn geplaatst.

4. Bij toepassing van de maandelijkse of driemaandelijkse globalisatie wordt rekening gehouden met de voorbeelden in bijlage 76.