Art. 553 Verordening (EEG) nr. 2454/93
1. Indien de aanvrager, in uitzonderlijke omstandigheden, van oordeel is dat aan de economische voorwaarden om andere redenen dan de in artikel 552 genoemde is voldaan, vermeldt hij dit in zijn aanvraag (code 8000).
2. Wanneer de douaneautoriteiten van oordeel zijn dat aan de economische voorwaarden in andere dan de in artikel 552 genoemde gevallen is voldaan, kan een vergunning met een geldigheid van ten hoogste negen maanden worden verleend.
De gegevens van de aanvraag voor een vergunning die de economische voorwaarden betreffen worden de Commissie medegedeeld in de loop van de maand volgende op die waarin de vergunning werd verleend. De Commissie stelt de andere Lid-Staten hiervan in kennis.
De vergunning kan op verzoek van de vergunninghouder worden verlengd wanneer ter zake niet tijdig bepalingen worden vastgesteld overeenkomstig de procedure van het Comité.
3. Wanneer de douaneautoriteiten van oordeel zijn dat het wenselijk is op Gemeenschapsniveau overleg te plegen ten einde er zeker van te zijn dat aan de economische voorwaarden voor het verlenen van een vergunning is voldaan, kan de Lid-Staat waaronder zij ressorteert het geval aan de Commissie voorleggen, die de andere Lid-Staten hiervan in kennis stelt.
Indien de douaneautoriteiten van oordeel zijn dat het niet wenselijk is een vergunning te verlenen voordat overleg op Gemeenschapsniveau heeft plaatsgevonden, deelt zij de gegevens van de aanvraag zo spoedig mogelijk mede.
Wanneer de douaneautoriteiten van oordeel zijn dat de vergunning kan worden verleend voordat overleg heeft plaatsgevonden, is lid 2 van overeenkomstige toepassing.