Art. 555 Verordening (EEG) nr. 2454/93

Verordening (EEG) nr. 2454/93

1. De aanvraag wordt ingediend overeenkomstig artikel 497, volgens het model in bijlage 67/B, door de persoon aan wie de vergunning kan worden verleend overeenkomstig de artikelen 86, 116 en 117 van het Wetboek.

2. a) De aanvraag wordt ingediend bij de douaneautoriteiten die zijn aangewezen door de Lid-Staat waar de veredeling zal worden verricht.

b) Wanneer de veredeling naar verwachting, door de aanvrager of voor zijn rekening, in verschillende Lid-Staten zal worden uitgevoerd, kan één enkele vergunning worden aangevraagd.

In dit geval wordt de aanvraag, die alle gegevens bevat over het verloop van de veredeling en een nauwkeurige opgave van de plaats waar de veredelingshandelingen naar verwachting plaatsvinden, ingediend bij de douaneautoriteiten van de Lid-Staat waar het eerste deel van de veredeling zal plaatsvinden.

3. Wanneer de veredeling plaatsvindt in het kader van een loonveredelingscontract tussen twee in de Gemeenschap gevestigde personen, wordt de aanvraag door de opdrachtgever of namens hem ingediend.

4. Voor de toepassing van artikel 117, onder a), tweede zin, van het Wetboek wordt onder "invoer zonder commercieel karakter" verstaan de invoer van goederen als bedoeld in artikel 1, punt 6.