Art. 19 Verordening (EEG) nr. 259/93

Verordening (EEG) nr. 259/93

1. Invoer in de Gemeenschap van voor verwijdering bestemde afvalstoffen is verboden, behoudens vanuit:

a) EVA-landen die partij zijn bij het Verdrag van Bazel;

b) andere landen:

- die partij zijn bij het Verdrag van Bazel, of

- waarmee de Gemeenschap, of de Gemeenschap en haar Lid-Staten, bilaterale of multilaterale overeenkomsten of regelingen hebben getroffen die verenigbaar met de communautaire wetgeving en in overeenstemming met artikel 11 van het Verdrag van Bazel zijn en die waarborgen dat de verwijdering wordt uitgevoerd in een goedgekeurd centrum en voldoet aan de eisen van een milieuhygiënisch verantwoord beheer, of

- waarmee afzonderlijke Lid-Staten vóór de toepassingsdatum van deze verordening bilaterale overeenkomsten of regelingen hebben getroffen die verenigbaar met de communautaire wetgeving en in overeenstemming met artikel 11 van het Verdrag van Bazel zijn en die dezelfde garanties bevatten als hierboven worden genoemd en waarin wordt gewaarborgd dat de afvalstoffen afkomstig zijn uit het land van verzending en dat de verwijdering alleen zal plaatsvinden in de Lid-Staat die de overeenkomst of regeling heeft getroffen. Die overeenkomsten of regelingen worden binnen drie maanden na de toepassingsdatum van deze verordening of de toepassingsdatum van de betrokken overeenkomst of regeling, voor zover die eerder valt, aan de Commissie gemeld en verliezen hun geldigheid wanneer er overeenkomsten of regelingen worden getroffen in overeenstemming met het tweede streepje, of

- waarmee afzonderlijke Lid-Staten na de toepassingsdatum van deze verordening bilaterale overeenkomsten of regelingen treffen in de in lid 2 genoemde omstandigheden.

2. De Raad geeft afzonderlijke Lid-Staten hierbij toestemming na de toepassingsdatum van deze verordening in uitzonderlijke gevallen bilaterale overeenkomsten of regelingen te treffen voor de verwijdering van specifieke afvalstoffen, wanneer die afvalstoffen in het land van verzending niet op milieuhygiënisch verantwoorde wijze zullen worden beheerd. Die overeenkomsten of regelingen moeten voldoen aan de voorwaarden van lid 1, onder b), derde streepje, en moeten vóór de sluiting aan de Commissie worden gemeld.

3. De in lid 1, onder b), bedoelde landen moeten hiertoe van tevoren een met redenen omkleed verzoek indienen bij de bevoegde autoriteit van de Lid-Staat van bestemming op grond van het feit dat zij niet over de technische mogelijkheden en de noodzakelijke faciliteiten beschikken om de afvalstoffen op milieuhygiënisch verantwoorde wijze te verwijderen en die redelijkerwijze niet kunnen verwerven.

4. De bevoegde autoriteit van bestemming verbiedt het binnenbrengen van afvalstoffen in haar rechtsgebied indien zij redenen heeft om aan te nemen dat de afvalstoffen aldaar niet op milieuhygiënisch verantwoorde wijze zullen worden beheerd.