Art. 24 Verordening (EEG) nr. 259/93

Verordening (EEG) nr. 259/93

1. Van de doorvoer van in de bijlagen III en IV genoemde, voor nuttige toepassing bestemde afvalstoffen die van herkomst zijn uit een land waarop het OESO-besluit van toepassing is en die voor nuttige toepassing via een of meer Lid-Staten worden overgebracht naar een land waarop het OESO-besluit van toepassing is, moet kennisgeving worden gedaan aan alle bevoegde autoriteiten van doorvoer van de betrokken Lid-Staat of Lid-Staten.

2. Voor de kennisgeving wordt gebruik gemaakt van het begeleidende document.

3. Na ontvangst van de kennisgeving zendt (zenden) de bevoegde autoriteit(en) van doorvoer binnen drie werkdagen een ontvangstbevestiging aan de kennisgever en aan de ontvanger.

4. De bevoegde autoriteit(en) van doorvoer kan (kunnen) tegen de voorgenomen overbrenging gemotiveerde bezwaren op basis van artikel 7, lid 4, maken. Van een bezwaar moet binnen 30 dagen na verzending van de kennisgeving schriftelijk mededeling worden gedaan aan de kennisgever en aan de bevoegde autoriteiten van doorvoer van de andere betrokken Lid-Staten.

5. De bevoegde autoriteit van doorvoer kan besluiten binnen een termijn van minder dan 30 dagen schriftelijk toestemming te verlenen.

In geval van doorvoer van in bijlage IV genoemde afvalstoffen en van nog niet in een van de bijlagen II, III en IV opgenomen afvalstoffen, moet de toestemming vóór het begin van de overbrenging schriftelijk worden gegeven.

6. De overbrenging mag alleen plaatsvinden indien geen bezwaar is gemaakt.