Art. 15 Verordening (EEG) nr. 259/93
1. De kennisgever zendt de kennisgeving aan de bevoegde autoriteit van verzending door middel van het begeleidende document, overeenkomstig artikel 3, lid 5, met afschrift aan de andere betrokken bevoegde autoriteiten en aan de ontvanger. Het begeleidende document wordt afgegeven door de bevoegde autoriteit van verzending.
Na ontvangst van de kennisgeving zendt de bevoegde autoriteit van verzending de kennisgever binnen drie werkdagen een schriftelijke bevestiging van ontvangst van de kennisgeving, met afschrift aan de andere betrokken bevoegde autoriteiten.
2. Vanaf de datum van verzending van de ontvangstbevestiging beschikt de bevoegde autoriteit van verzending over 70 dagen om te besluiten al dan niet onder voorwaarden een vergunning te verlenen voor de overbrenging of deze te weigeren. Zij kan ook aanvullende inlichtingen vragen.
Zij verleent alleen een vergunning voor de overbrenging als er noch bij haar noch bij de andere bevoegde autoriteiten bezwaren bestaan en zij de in lid 4 bedoelde afschriften van de kennisgever heeft ontvangen. Indien van toepassing, wordt de toestemming onderworpen aan de in lid 5 bedoelde vervoersvoorwaarden.
De bevoegde autoriteit van verzending neemt haar besluit op zijn vroegst 61 dagen na verzending van de ontvangstbevestiging.
Zij mag haar besluit echter eerder nemen, indien zij de schriftelijke toestemming van de andere betrokken autoriteiten heeft.
Zij zendt een gewaarmerkt afschrift van het besluit aan de andere betrokken bevoegde autoriteiten, aan het douanekantoor van uitgang uit de Gemeenschap en aan de ontvanger.
3. De bevoegde autoriteiten van verzending en doorvoer in de Gemeenschap kunnen binnen 60 dagen na verzending van de ontvangstbevestiging op grond van artikel 4, lid 3, bezwaren maken. Zij kunnen tevens aanvullende inlichtingen vragen. Elk bezwaar moet schriftelijk aan de kennisgever kenbaar worden gemaakt, met afschriften aan de andere betrokken bevoegde autoriteiten.
4. De kennisgever verstrekt de bevoegde autoriteit van verzending een afschrift van:
a) de schriftelijke toestemming van het EVA-land van bestemming voor de voorgenomen overbrenging;
b) de bevestiging van het EVA-land van bestemming dat er een contract bestaat tussen de kennisgever en de ontvanger waarin het milieuhygiënisch verantwoorde beheer van de betrokken afvalstoffen is gespecificeerd; een afschrift van het contract moet op verzoek worden verstrekt.
In het contract wordt tevens bepaald:
- dat de ontvanger binnen drie werkdagen na ontvangst van de voor verwijdering bestemde afvalstoffen een afschrift van het volledig ingevulde begeleidende document aan de kennisgever en de betrokken bevoegde autoriteit verstrekt, behalve voor de in het tweede streepje bedoelde verklaring;
- dat de ontvanger zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk 180 dagen na ontvangst van de afvalstoffen, een verklaring van verwijdering onder zijn verantwoordelijkheid zendt aan de kennisgever en de betrokken bevoegde autoriteit. Het verklaringsformulier maakt deel uit van het begeleidende document dat de overbrenging vergezelt.
Het contract bepaalt voorts dat de ontvanger de kosten draagt die voortvloeien uit de verplichting de afvalstoffen terug te brengen naar het rechtsgebied van de bevoegde autoriteit van verzending en uit de verwijdering op een andere, milieuhygiënisch verantwoorde wijze, indien de ontvanger een onjuiste verklaring afgeeft op grond waarvan de borgsom wordt vrijgegeven;
c) de schriftelijke toestemming voor de voorgenomen overbrenging van een andere Staat (andere Staten) van doorvoer, tenzij deze Staat (Staten) partij is (zijn) bij het Verdrag van Bazel en overeenkomstig dat Verdrag daarvan heeft (hebben) afgezien.
5. De bevoegde autoriteiten van doorvoer in de Gemeenschap beschikken over een termijn van 60 dagen na verzending van de ontvangstbevestiging om voorwaarden te stellen voor het vervoer van de afvalstoffen in hun rechtsgebied.
Deze voorwaarden, die schriftelijk aan de kennisgever moeten worden medegedeeld, met afschrift aan de andere betrokken bevoegde autoriteiten, mogen niet strenger zijn dan die voor soortgelijke, volledig binnen het rechtsgebied van de betrokken bevoegde autoriteit plaatsvindende overbrengingen.
6. De bevoegde autoriteit van verzending maakt haar toestemming kenbaar door het begeleidende document op passende wijze af te stempelen.
7. De overbrenging mag pas geschieden nadat de kennisgever de vergunning van de bevoegde autoriteit van verzending heeft ontvangen.
8. Wanneer de kennisgever de vergunning heeft ontvangen, vult hij met vermelding van de datum van overbrenging het begeleidende document volledig in en zendt hij daarvan, drie werkdagen voordat de overbrenging plaatsvindt, een afschrift naar de betrokken bevoegde autoriteiten. Elke overbrenging gaat vergezeld van een afschrift of, indien de bevoegde autoriteiten zulks wensen, een exemplaar van het begeleidende document met toestemmingsstempel.
Alle bij de verrichting betrokken ondernemingen vullen het begeleidende document op de daartoe bestemde plaatsen in, ondertekenen het en bewaren een afschrift ervan.
Een exemplaar van het begeleidende document wordt door de vervoerder afgegeven aan het laatste douanekantoor van uitgang wanneer de afvalstoffen de Gemeenschap verlaten.
9. Zodra de afvalstoffen de Gemeenschap hebben verlaten, zendt het douanekantoor van uitgang een afschrift van het begeleidende document naar de bevoegde autoriteit die de vergunning heeft afgegeven.
10. Indien de bevoegde autoriteit die de vergunning heeft gegeven 42 dagen nadat de afvalstoffen de Gemeenschap hebben verlaten van de ontvanger geen bericht van ontvangst van de afvalstoffen heeft ontvangen, licht zij onverwijld de bevoegde autoriteit van bestemming daarover in.
Zij handelt op overeenkomstige wijze indien zij 180 dagen nadat de afvalstoffen de Gemeenschap hebben verlaten van de ontvanger niet de in lid 4 genoemde verklaring van verwijdering heeft ontvangen.
11. De bevoegde autoriteit van verzending kan, in overeenstemming met de nationale wetgeving, besluiten de kennisgeving zelf te zenden, met afschrift aan de ontvanger en de bevoegde autoriteit van doorvoer, in plaats van dit door de kennisgever te laten doen.
De bevoegde autoriteit van verzending kan besluiten een kennisgeving niet verder te behandelen, indien zij zelf onmiddellijk bezwaren tegen de overbrenging heeft overeenkomstig artikel 4, lid 3. Zij stelt de kennisgever onverwijld van haar bezwaren in kennis.
12. De overeenkomstig de leden 1 tot en met 4 verstrekte informatie wordt in overeenstemming met de bestaande nationale bepalingen vertrouwelijk behandeld.
Hoofdstuk B Voor nuttige toepassing bestemde afvalstoffen