Art. 23 Verordening (EEG) nr. 259/93

Verordening (EEG) nr. 259/93

1. Wanneer voor verwijdering bestemde afvalstoffen en, behoudens in de in artikel 24 geregelde gevallen, voor nuttige toepassing bestemde afvalstoffen via een of meer Lid-Staten worden overgebracht, wordt de kennisgeving verricht door middel van het begeleidende document, dat wordt toegezonden aan de laatste bevoegde autoriteit van doorvoer in de Gemeenschap, met afschrift aan de ontvanger, alsook aan de andere betrokken bevoegde autoriteiten en aan de douanekantoren van binnenkomst in en van uitgang uit de Gemeenschap.

2. De laatste bevoegde autoriteit van doorvoer in de Gemeenschap zendt de kennisgever onmiddellijk een ontvangstbevestiging van de kennisgeving. De overige bevoegde autoriteiten in de Gemeenschap delen hun opmerkingen op basis van lid 5 mede aan de laatste bevoegde autoriteit van doorvoer in de Gemeenschap, die binnen 60 dagen de kennisgever schriftelijk antwoordt door hetzij met hetzij zonder voorbehoud toestemming voor de overbrenging te verlenen, of in voorkomend geval door de door andere bevoegde autoriteiten van doorvoer vastgestelde voorwaarden op te leggen, of toestemming te weigeren. Zij kan tevens aanvullende informatie vragen. Een weigering of voorbehoud moet met redenen zijn omkleed. De laatste bevoegde autoriteit van doorvoer in de Gemeenschap zendt een gewaarmerkt afschrift van dit besluit aan de overige betrokken bevoegde autoriteiten en aan de douanekantoren van binnenkomst in en van uitgang uit de Gemeenschap.

3. Onverminderd artikel 25, lid 2, en artikel 26, lid 2, wordt de zending slechts in de Gemeenschap toegelaten indien de kennisgever schriftelijke toestemming heeft ontvangen van de laatste bevoegde autoriteit van doorvoer. Deze autoriteit maakt haar toestemming kenbaar door het begeleidende document op passende wijze af te stempelen.

4. De bevoegde autoriteiten van doorvoer in de Gemeenschap beschikken over een termijn van 20 dagen na de kennisgeving om in voorkomend geval voorwaarden aan het vervoer van de afvalstoffen te verbinden.

Deze voorwaarden, die aan de kennisgever moeten worden medegedeeld, met afschrift aan de betrokken bevoegde autoriteiten, mogen niet strenger zijn dan die voor soortgelijke, volledig binnen het rechtsgebied van de betrokken bevoegde autoriteit plaatsvindende overbrengingen.

5. Het begeleidende document wordt afgegeven door de laatste bevoegde autoriteit van doorvoer in de Gemeenschap.

6. Wanneer de kennisgever de vergunning heeft ontvangen, vult hij het begeleidende document in en zendt hij daarvan drie werkdagen voordat de overbrenging geschiedt een afschrift aan de betrokken bevoegde autoriteiten.

Elke overbrenging gaat vergezeld van een exemplaar van het begeleidende document met toestemmingsstempel.

De vervoerder geeft een exemplaar van het begeleidende document aan het douanekantoor van uitgang wanneer de afvalstoffen de Gemeenschap verlaten.

Alle bij de verrichting betrokken ondernemingen vullen het begeleidende document op de daartoe bestemde plaatsen in, ondertekenen het en bewaren een afschrift ervan.

7. Zodra de afvalstoffen de Gemeenschap hebben verlaten, zendt het douanekantoor van uitgang een afschrift van het begeleidende document aan de laatste bevoegde autoriteit van doorvoer in de Gemeenschap.

Bovendien verklaart of bevestigt de kennisgever uiterlijk 42 dagen nadat de afvalstoffen de Gemeenschap hebben verlaten aan deze bevoegde autoriteit, met afschrift aan de andere bevoegde autoriteiten van doorvoer, dat de afvalstoffen op de voorgenomen plaats van bestemming zijn aangekomen.

Hoofdstuk B Doorvoer van voor nuttige toepassing bestemde afvalstoffen van en naar een land waarop het OESO-besluit van toepassing is