Art. 22 Verordening (EEG) nr. 259/93
1. Indien voor nuttige toepassing bestemde afvalstoffen worden ingevoerd uit en via landen waarop het OESO-besluit van toepassing is, zijn de volgende controleprocedures van overeenkomstige toepassing:
a) voor de in bijlage III genoemde afvalstoffen: de artikelen 6, 7, 8, artikel 9, leden 1, 3, 4 en 5, en artikel 17, lid 5;
b) voor de in bijlage IV genoemde afvalstoffen en afvalstoffen die nog niet in een van de bijlagen II, III en IV zijn opgenomen: artikel 10.
2. Indien in de bijlagen III en IV genoemde, voor nuttige toepassing bestemde afvalstoffen en nog niet in een van de bijlagen II, III en IV opgenomen afvalstoffen worden ingevoerd uit en via landen waarop het OESO-besluit niet van toepassing is, geldt het volgende:
- artikel 20 is van overeenkomstige toepassing;
- gemotiveerde bezwaren mogen alleen naar voren gebracht worden overeenkomstig artikel 7, lid 4,
tenzij anders is bepaald in bilaterale of multilaterale overeenkomsten die getroffen zijn in overeenstemming met artikel 21, lid 1, onder b), en op basis van de controleprocedures van hetzij lid 1 van dit artikel hetzij artikel 20.