Art. 6 Richtlijn 93/22/EEG
De bevoegde autoriteiten van de andere betrokken Lid-Staat moeten vooraf worden geraadpleegd bij het verlenen van een vergunning aan een beleggingsonderneming die:
- of wel een dochteronderneming is van een beleggingsonderneming of van een kredietinstelling waaraan in een andere Lid-Staat vergunning is verleend,
- of wel een dochteronderneming is van de moederonderneming van een beleggingsonderneming of kredietinstelling waaraan in een andere Lid-Staat vergunning is verleend,
- of wel onder de zeggenschap staat van dezelfde natuurlijke of rechtspersonen die de zeggenschap hebben over een beleggingsonderneming of kredietinstelling waaraan in een andere Lid-Staat vergunning is verleend.