Art. 2 Richtlijn 93/22/EEG

Richtlijn 93/22/EEG

1. Deze richtlijn is van toepassing op alle beleggingsondernemingen. Op kredietinstellingen met een overeenkomstig de Richtlijnen 77/780/EEG en 89/646/EEG verleende vergunning voor de uitoefening van een of meer van de in deel A van de bijlage genoemde beleggingsdiensten, zijn echter alleen lid 4 van dit artikel, artikel 8, lid 2, de artikelen 10 en 11, artikel 12, eerste alinea, artikel 14, leden 3 en 4, en de artikelen 15, 19 en 20 van toepassing.

2. Deze richtlijn is niet van toepassing op:

a) verzekeringsondernemingen in de zin van artikel 1 van Richtlijn 73/239/EEG (10) of artikel 1 van Richtlijn 79/267/EEG (11) alsmede op ondernemingen die de in Richtlijn 64/225/EEG (12) bedoelde werkzaamheden van herverzekering en retrocessie uitoefenen;

b) ondernemingen die uitsluitend beleggingsdiensten verrichten voor hun moederonderneming, hun dochterondernemingen of een andere dochteronderneming van hun moederonderneming;

c) personen die een beleggingsdienst als incidentele activiteit verrichten in het kader van een beroepswerkzaamheid, indien deze werkzaamheid aan wettelijke of bestuursrechtelijke voorschriften of aan een beroepscode is onderworpen en het verrichten van de dienst op grond daarvan niet is uitgesloten;

d) ondernemingen waarvan de beleggingsdiensten uitsluitend bestaan in het beheer van een werknemersparticipatieplan;

e) ondernemingen waarvan de beleggingsdiensten bestaan in het verstrekken van zowel de diensten bedoeld onder b) als die bedoeld onder d);

f) de centrale banken van de Lid-Staten en andere nationale instellingen met een soortgelijke functie en andere overheidsinstellingen die belast zijn met het beheer van de overheidsschuld of betrokken zijn bij dit beheer;

g) ondernemingen

- die geen geld of effecten van cliënten mogen houden en daarom ten aanzien van hun cliënten nooit in een debiteurenpositie kunnen verkeren; en

- die enkel beleggingsdiensten mogen verrichten in de vorm van het ontvangen en doorgeven van orders met betrekking tot effecten of rechten van deelneming in instellingen voor collectieve belegging; en

- die bij het verstrekken van deze dienst alleen orders mogen doorgeven

i) aan beleggingsondernemingen waaraan overeenkomstig deze richtlijn vergunning is verleend;

ii) aan kredietinstellingen waaraan overeenkomstig de Richtlijnen 77/780/EEG en 89/646/EEG vergunning is verleend;

iii) aan bijkantoren van beleggingsondernemingen of van kredietinstellingen waaraan in een derde land vergunning is verleend en die onderworpen zijn en zich houden aan prudentiële voorschriften welke door de bevoegde autoriteiten als minstens even streng worden beschouwd als de voorschriften van onderhavige richtlijn of van de Richtlijnen 89/646/EEG of 93/6/EEG;

iv) aan instellingen voor collectieve belegging die op grond van de wetgeving van een Lid-Staat rechten van deelneming bij het publiek mogen plaatsen, en aan bestuurders van zulke instellingen;

v) aan beleggingsmaatschappijen met vast kapitaal in de zin van artikel 15, lid 4, van Richtlijn 77/91/EEG (13), waarvan de effecten op een gereglementeerde markt van een Lid-Staat genoteerd zijn of verhandeld worden

- en waarvan de activiteiten op nationaal niveau aan voorschriften of aan een beroepscode zijn onderworpen;

h) instellingen voor collectieve belegging, ongeacht of zij op communautair niveau gecooerdineerd zijn, alsmede de bewaarders en beheerders van deze instellingen;

i) personen wier hoofdbedrijf bestaat in het onder elkaar of met producenten of professionele gebruikers verhandelen van grondstoffen ( "commodities") en die alleen beleggingsdiensten verrichten voor deze tegenpartijen en in de mate dat hun hoofdbedrijf zulks vereist;

j) ondernemingen van wie de beleggingsdiensten exclusief bestaan in het uitsluitend voor eigen rekening handelen op een markt voor financiële futures of voor opties, of die voor andere leden van deze zelfde markt handelen, of aan deze laatsten een prijs geven, en die door een clearing member van deze markt worden gegarandeerd. De verantwoordelijkheid voor de uitvoering van de door deze ondernemingen gesloten contracten berust bij een clearing member van deze zelfde markt;

k) verenigingen die door Deense pensioenfondsen zijn opgericht met de uitsluitende bedoeling de activa van de deelnemende pensioenfondsen te beheren;

l) "agenti di cambio" waarvan de activiteiten en de functie geregeld zijn bij het Italiaans koninklijk besluit nr. 222 van 7 maart 1925, alsmede bij de latere bepalingen tot wijziging daarvan, en wie machtiging is verleend om hun werkzaamheden voort te zetten op grond van artikel 19 van de Italiaanse wet nr. 1 van 2 januari 1991.

3. Uiterlijk op 31 december 1998 en nadien op gezette tijden, brengt de Commissie verslag uit over de toepassing van lid 2 in samenhang met deel A van de bijlage, en stelt zij op basis van de werking van deze richtlijn in voorkomend geval wijzigingen voor in de omschrijving van de uitsluitingen van deze richtlijn en de door deze richtlijn bestreken diensten.

4. De bij deze richtlijn verleende rechten gelden niet voor het verrichten van diensten als tegenpartij van de Staat, van de centrale bank, of van andere nationale instellingen met een soortgelijke functie, van een Lid-Staat bij het voeren van het monetair, wisselkoers- en overheidsschuldbeleid, alsmede het reservebeheer van de betrokken Lid-Staat.

Uitspraken die dit artikel aanhalen