Art. 10 Richtlijn 93/22/EEG
De Lid-Staat van herkomst stelt prudentiële regels op die bij voortduring door de beleggingsonderneming moeten worden nageleefd. In deze toezichtsregels wordt met name de eis gesteld dat de beleggingsonderneming:
- beschikt over een goede administratieve en boekhoudkundige organisatie, controle- en beveiligingsvoorzieningen op het gebied van de elektronische informatieverwerking, en adequate interne controleprocedures, waaronder met name een regeling voor de persoonlijke transacties van de werknemers van de onderneming;
- adequate regelingen treft met betrekking tot de waardepapieren van beleggers ter vrijwaring van hun eigendomsrechten, met name in het geval van insolventie van de onderneming, en om te voorkomen dat effecten van beleggers door de beleggingsonderneming voor eigen rekening worden gebruikt, tenzij met uitdrukkelijke instemming van de beleggers;
- adequate regelingen treft met betrekking tot het geld van beleggers ter vrijwaring van hun rechten en om, behalve in het geval van kredietinstellingen, te voorkomen dat geld van beleggers door de beleggingsonderneming voor eigen rekening wordt gebruikt;
- ervoor zorgt dat de registratie van de uitgevoerde transacties althans voldoende is om de autoriteiten van de Lid-Staat van herkomst in staat te stellen om na te gaan of de prudentiële regels, waarvan zij de toepassing moeten waarborgen, worden nageleefd. Deze geregistreerde gegevens moeten gedurende een door de bevoegde autoriteiten te bepalen periode worden bewaard;
- zodanig is gestructureerd en georganiseerd dat er een minimaal risico wordt gelopen dat belangenconflicten tussen de onderneming en haar cliënten of tussen haar cliënten onderling afbreuk doen aan de belangen van de cliënten. De bij de oprichting van een bijkantoor gevolgde wijze van organisatie mag evenwel niet indruisen tegen de door de Lid-Staat van ontvangst inzake belangenconflicten voorgeschreven gedragsregels.