Art. 4 Richtlijn 92/106/EEG
In een Lid-Staat gevestigde ondernemers van wegvervoer die met betrekking tot het goederenvervoer tussen de Lid-Staten aan de voorwaarden voor toelating tot het beroep en voor toegang tot de vervoersmarkt voldoen, mogen in het kader van gecombineerd vervoer tussen Lid-Staten al dan niet grensoverschrijdend begin- en/of eindvervoer verrichten dat een integrerend bestanddeel uitmaakt van het gecombineerd vervoer.