Art. 9 Richtlijn 92/106/EEG
Wanneer het in het kader van gecombineerd vervoer plaatsvindende beginvervoer over de weg door de onderneming van verzending voor eigen rekening wordt verricht, in de zin van de Eerste Richtlijn van de Raad van 23 juli 1962 betreffende de vaststelling van gemeenschappelijke regels voor bepaalde soorten goederenvervoer over de weg (7), kan de onderneming waarvoor de vervoerde goederen bestemd zijn, in afwijking van de definitie in bovengenoemde richtlijn, het eindvervoer over de weg naar de plaats van bestemming van de goederen voor eigen rekening verrichten met een trekker die haar eigendom is of door haar op afbetaling is gekocht dan wel door haar is gehuurd overeenkomstig Richtlijn 84/647/EEG van de Raad van 19 december 1984 betreffende het gebruik van gehuurde voertuigen zonder bestuurder voor het vervoer van goederen over de weg (8) en die door haar werknemers wordt bestuurd, terwijl de aanhangwagen of de oplegger door de onderneming van verzending is geregistreerd dan wel gehuurd.
Het beginvervoer over de weg, dat in het kader van gecombineerd vervoer door de onderneming van verzending wordt verricht met een trekker die haar eigendom is of door haar op afbetaling is gekocht dan wel door haar is gehuurd overeenkomstig Richtlijn 84/647/EEG en die door haar werknemers wordt bestuurd, terwijl de aanhangwagen of de oplegger geregistreerd dan wel gehuurd is door de onderneming waarvoor de vervoerde goederen bestemd zijn, dient in afwijking van de richtlijn van 23 juli 1962 eveneens als vervoer voor eigen rekening te worden beschouwd indien het eindvervoer overeenkomstig de eerste richtlijn voor eigen rekening verricht wordt door de onderneming van bestemming.