Art. 10 Richtlijn 92/46/EEG

Richtlijn 92/46/EEG

1. Elke Lid-Staat stelt de lijst op van zijn andere erkende melkbehandelings- en melkverwerkingsinrichtingen dan die bedoeld in artikel 11, alsmede de lijst van de erkende centrale melkdepots en van de erkende centra voor standaardisering; elke inrichting, elk depot of elk centrum krijgt een erkenningsnummer.

De bevoegde autoriteit erkent de desbetreffende inrichtingen, depots of centra slechts indien zij zich ervan vergewist heeft dat deze aan de eisen van deze richtlijn voldoen.

Wanneer de bevoegde autoriteit een duidelijke overtreding van de hygiënevoorschriften van deze richtlijn of een belemmering van een adequate keuring constateert, is zij gemachtigd om:

i) in te grijpen in het gebruik van apparatuur of lokalen en om alle nodige maatregelen te treffen, zelfs om de produktie te beperken of tijdelijk stil te leggen;

ii) wanneer de onder i) bedoelde maatregelen of de in artikel 14, lid 1, tweede alinea, laatste streepje, bedoelde maatregelen onvoldoende zijn gebleken, de erkenning tijdelijk, eventueel voor het in het geding zijnde produktietype, op te schorten.

Wanneer de exploitant of de beheerder van de inrichting, het depot of het centrum de geconstateerde inbreuk niet binnen de door de bevoegde autoriteit vastgestelde termijn verhelpt, trekt deze autoriteit de erkenning in.

De bevoegde autoriteit dient zich met name te voegen naar de conclusies van een eventuele controle overeenkomstig artikel 14.

Wanneer een erkenning wordt opgeschort of ingetrokken, wordt dit medegedeeld aan de overige Lid-Staten en de Commissie.

2. De inrichtingen, depots of centra worden door de bevoegde autoriteit geïnspecteerd en gecontroleerd overeenkomstig bijlage C, hoofdstuk VI.

De inrichting, het depot of het centrum moet onder permanente controle van de bevoegde autoriteit blijven staan, met dien verstande dat de noodzaak van een permanente of periodieke aanwezigheid van de bevoegde autoriteit in een bepaalde inrichting, bepaald depot of bepaald centrum dient af te hangen van de grootte daarvan, het soort produkt dat wordt vervaardigd, het risicobeoordelingssysteem en de overeenkomstig artikel 14, lid 1, tweede alinea, vijfde en zesde streepje, geboden garanties.

De bevoegde autoriteit moet te allen tijde vrije toegang hebben tot alle delen van de inrichtingen, depots of centra, ten einde erop toe te zien dat het bepaalde in deze richtlijn wordt nageleefd, en, in geval van twijfel over de herkomst van de melk en de produkten op basis van melk, tot de boekhoudkundige documenten aan de hand waarvan zij het bedrijf van oorsprong of de inrichting van oorsprong van de grondstoffen kan opsporen.

De bevoegde autoriteit moet regelmatig de resultaten van de in artikel 14, lid 1, bedoelde controles analyseren. Zij kan op grond van deze analyses aanvullend onderzoek laten verrichten in alle produktiestadia of op de produkten.

De aard en de frequentie van de controles, alsmede de bemonsteringsmethoden en de methoden voor microbiologisch onderzoek worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 31.

Het resultaat van de analyses wordt neergelegd in een verslag waarvan de conclusies of aanbevelingen ter kennis worden gebracht van de exploitant of de beheerder van de inrichting, het depot of het centrum, die er zorg voor draagt dat de vastgestelde gebreken worden verholpen ter verbetering van de hygiëne.

3. Indien herhaaldelijk overtredingen worden vastgesteld, moet de controle worden verscherpt en moeten in voorkomend geval de etiketten of dragers met het keurmerk in beslag worden genomen.

4. De uitvoeringsbepalingen van dit artikel worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 31.