Art. 5 Richtlijn 92/46/EEG
De Lid-Staten zien erop toe dat warmtebehandelde consumptiemelk alleen in de handel wordt gebracht indien zij aan de volgende eisen voldoet:
1. zij moet zijn verkregen uit rauwe melk die gezuiverd of gefiltreerd is met de in bijlage B, hoofdstuk V, onder e), bedoelde apparatuur en die
i) voldoet aan artikel 3;
ii) wat koemelk betreft, in overeenstemming is met artikel 3, lid 1, onder b), en met artikel 6, lid 3, van Verordening (EEG) nr. 1411/71;
iii) in voorkomend geval, geleverd is via een centraal melkdepot dat voldoet aan de voorwaarden van bijlage B, hoofdstukken I, II, III en VI, of tussen tanks overgeladen is onder goede omstandigheden met betrekking tot hygiëne en distributie;
iv) in voorkomend geval, geleverd is via een centrum voor standaardisering dat voldoet aan de voorwaarden van bijlage B, hoofdstukken I, II, IV en VI.
In voorkomend geval mag melk bestemd voor de produktie van gesteriliseerde melk of UHT-melk een eerste warmtebehandeling hebben ondergaan in een inrichting die voldoet aan de in punt 2 bedoelde voorwaarden. De Helleense Republiek mag gepasteuriseerde melk afkomstig uit een andere Lid-Staat aan een tweede pasteurisatie onderwerpen voordat de melk in de handel wordt gebracht;
2. zij moet afkomstig zijn van een melkbehandelingsinrichting die voldoet aan de voorwaarden van bijlage B, hoofdstukken I, II, V en VI, en die overeenkomstig artikel 10, lid 2, en artikel 14 wordt gecontroleerd;
3. zij moet zijn behandeld overeenkomstig bijlage C, hoofdstuk I, onderdeel A;
4. zij moet voldoen aan de normen van bijlage C, hoofdstuk II, onderdeel B;
5. zij moet overeenkomstig bijlage C, hoofdstuk IV, geetiketteerd en overeenkomstig bijlage C, hoofdstuk III, van een onmiddellijke verpakking zijn voorzien in een melkbehandelingsinrichting waar zij de eindbehandeling heeft ondergaan;
6. zij moet zijn opgeslagen overeenkomstig bijlage C, hoofdstuk V;
7. zij moet onder bevredigende hygiënische omstandigheden zijn vervoerd overeenkomstig bijlage C, hoofdstuk V;
8. zij moet gedurende het vervoer vergezeld gaan van een begeleidend handelsdocument dat:
- naast de gegevens als bedoeld in bijlage C, hoofdstuk IV, een aanduiding moet bevatten ter identificatie van de aard van de warmtebehandeling en van de bevoegde autoriteit die met de controle op de inrichting van oorsprong belast is, voor zover een en ander niet duidelijk valt op te maken uit het erkenningsnummer;
- gedurende ten minste één jaar door de geadresseerde moet worden bewaard, zodat het desgevraagd aan de bevoegde autoriteit kan worden voorgelegd;
- tot en met 31 december 1997 en wanneer het warmtebehandelde melk betreft die bestemd is voor Griekenland na doorvoer over het grondgebied van een derde land, door de bevoegde autoriteit van de inspectiepost aan de grens waar de doorvoerformaliteiten zijn verricht, geviseerd moet worden ten einde te verklaren dat het warmtebehandelde melk betreft die aan de eisen van de onderhavige richtlijn voldoet.
Het begeleidende document is evenwel niet vereist in geval van vervoer door de producent voor rechtstreekse levering aan de eindverbruiker;
9. zij moet, wat koemelk betreft, een vriespunt hebben lager of gelijk aan 0,520 oC en een gewicht hebben van ten minste 1 028 gram per liter voor volle melk bij 20 oC, of het equivalent daarvan per liter voor volledig ontvette melk bij 20 oC, en ten minste 28 gram eiwit per liter bevatten verkregen door het totale stikstofgehalte van de melk, uitgedrukt in percenten, te vermenigvuldigen met 6,38, alsmede een gehalte aan vetvrije droge stof van ten minste 8,50 % hebben.
Deze eisen worden uiterlijk vóór 1 januari 1994 op verzoek van een Lid-Staat, dat steunt op wetenschappelijke en statistische studies, opnieuw bezien ten einde volgens de procedure van artikel 31 van deze richtlijn te worden gewijzigd, in het licht van de overwegingen met betrekking tot het seizoen, met dien verstande dat de verhouding tussen bovengenoemde parameters moet worden gehandhaafd.